info@cultuurvogelweb.nl

Gezondheid en ziekten


Hygiëne algemeen

Een heleboel ziekten kunnen we voorkomen als we aandacht schenken aan hygiëne en voldoende zorg besteden aan onze vogels. Het begint al met het ontwerp van de volière. Wanneer de volière niet goed is ontworpen en geconstrueerd, ontstaan er vroeg of laat problemen. Ziekten zullen zich dan vrij snel in de volière manifesteren en ook kunnen er allerlei andere plagen ontstaan. Omdat doorgaans de volière klein van afmeting is, is de infectiedruk veel groter dan in de vrije natuur. Als de volière zodanig is geconstrueerd dat ze niet goed is te reinigen en te desinfecteren, dan zullen vroeg of laat micro-organismen (bacteriën, parasieten) een dramatische effect hebben op het vogelbestand. Een goede hygiène is van essentieel belang bij het kweken van Europese cultuurvogels

Er zijn een paar vuistregels, die wanneer ze worden nageleefd, al een heleboel problemen kunnen voorkomen. In de eerste plaats moeten we er voor zorgen dat we voorkomen dat er in de volière plaatsen ontstaan die vochtig blijven. Vochtige plekken zijn namelijk een bron van infectie. Daarom moeten we de volière altijd beschermen tegen de regen. Als je het natuurlijk wilt houden kan het plaatsen van struiken aan de buitenkant van de volière kan al een heleboel schelen. Het aanbrengen van policarbonaat (persplex) platen op die plaatsen waar de wind vandaan komt is ook heel effectief. Een volière MOET een dak hebben en dit dak dient waterdicht en goed afwaterend te zijn. Het materiaal op de bodem van de volière moet ook gemakkelijk drogen. Houtsnippers zijn bijvoorbeeld veel beter dan zand of grond. Wanneer we vogels houden die erg gevoelig zijn voor ziekten (bijvoorbeeld goudvinken) dan kan de bodem beter worden bedekt met een speciale vloerkorrel, die sterk absorberend is.

De voederplank moet altijd zeer schoon worden gehouden. Indien hout wordt gebruikt, moet dit zijn voorzien van een goede lak- of beitslaag. Beter is het om niet absorberend materiaal te gebruiken bijvoorbeeld Trespa. Zaadbakjes en drinkflesjes heb ik dubbel en gebruik elke dag schone. De gebruikte gaan in de afwasautomaat. Eenmaal per week worden de kweeboxen gereinigd. Onder de zitstokken waar het meeste vuil zich heeft verzameld, vewijder ik de bovenlaag. Dit doe ik ook onder de voederschaaltjes. Ik gebruik een stofzuiger om de vloerkorrels of de beukensnippers te verwijderen. Dit gaat snel en grondig en de vogels hebben hier geen last van. Reinigen van de wanden de roestvrijstalen schaalhouders, doe ik met een normale zeepoplossing. Voor desinfecteren gebruik ik halamid tabletten volgens de voorgeschreven dosering. Alle zitstokken heb ik dubbel zodat ik snel een zitstok kan vervangen door schone. De zitstokken die ik verwijder reinig en desinfecteer ik en bewaar ze op een droge plaats. Wanneer de zitstokken zijn gedesinfecteerd met halamid, dan moet wel met schoon water worden nagespoeld om irritatie aan de ogen te voorkomen. Het grit en de maagkiezel wordt wekelijks vervangen. Indien deze werkwijze wordt nageleefd, worden infectie ziektes voor een groot deel voorkomen

Het voorkomen van afval

Ik hanteer een strikt voerplan. Het doel is om juist zoveel voer te verstrekken als de vogels op een dag kunnen eten. Als je op deze manier voert, moet dit natuurlijk wel met een maatbakje of schepje worden gedaan. Uit de vrije hand voeren is dan niet nauwkeurig genoeg. Deze methode garandeert dat de vogels een gebalanceerd menu krijgen. Bovendien wordt hierdoor de hoeveelheid zaadafval verkleind, waardoor de volière schoner blijft. Het is wel zo dat deze methode geschikter is voor de kweekvolière, waar maar een koppel is in gehuisvest, dan in een gemengde volière. Het gevaar is daar dat de meest dominante vogels de "lekkere" zaden er uit pikken voordat ze andere vogels op de voederplank toelaten.

Plagen in de volière

Ratten muizen, insecten kunnen een hoop ziekten overbrengen. Knaagdieren verstoren de vogels ook wanneer ze in rust zijn. Menige vogelkweker is nesten verspeeld doordat muizen ‘s nachts de volière onveilig maakten en over de zitstokken en nesten liepen. Een paar jaar geleden had ik ontzettend veel oorwurmen in de volière. Op zichzelf hoeft dat niet een probleem te zijn, maar in dit geval huisden ze ook in de nesten met jonge vogels. De pop werd mateloos geïrriteerd door deze inwoning en begon verwoed te pikken om ze te verwijderen. Het resultaat was dat een hoop vogels beschadigingen hadden aan de nagels, die nooit meer goed aangroeiden.

Er zijn een aantal zaken van groot belang om plagen in de volière te voorkomen. Ik heb de belangrijkste op een rijtje gezet.

  • Ontwerp en bouw de volière volgens de aanwijzingen die ik bij het onderwerp volièreontwerp heb genoemd
  • Voorkom morsen van voer in en buiten de volière
  • Plaats de voerplank zo dat er geen zaad naar buiten de volière kan vallen of waaien. Dit om te voorkomen dat andere vogels en knaagdieren hierdoor worden aangetrokken
  • Controleer de volière op plaatsen waar knaagdieren kunnen binnenkomen. Houd hierbij rekening dat muizen door hele nauwe openingen kunnen kruipen.
  • Breng perspex plaatjes aan de buitenkant van de volière aan ter plaatse van de voerplank. Dit voorkomt dat wilde vogels de hele dag aan het gaas hangen om een graantje mee te pikken. Zij kunnen dan de volière besmetten met de uitwerpselen
  • Maak de volière regelmatig schoon. Reinig en desinfecteer zitstokken, etensbakjes en drinkflesjes
  • Laat badschalen niet langer dan een uur in de volière staan (indien er geen regelmatige waterverversing plaatsvindt)
  • Breng schrikdraad aan om katten op een afstand te houden. Dit is niet wreed. Katten die hier eenmaal mee te maken hebben gehad keren niet meer terug. Een vogelhouder die in alle staten is omdat een nest verloren is gegaan of dat vogels zich ‘s nachts hebben dood gevlogen tegen het gaas is vele malen gevaarlijker voor katten dan schrikdraad

Voorkomen dat vogels elkaar aansteken.

Vogels die tekenen van ziekten vertonen moeten onmiddellijk uit de volière worden verwijderd. Het is belangrijk om een ziekenkooitje bij de hand te hebben voor het geval dat een vogel tijdelijk geïsoleerd en behandeld moet worden. Voor de meeste zieke vogels is het goed ze tijdelijk warmer te zetten bij ongeveer 30 °C. Dit verhoogt de kans op overleven. De meeste vogelhouders hebben niet de kennis om een ziekte goed te kunnen diagnosticeren. Zeker wanneer er meerdere vogels zijn met dezelfde verschijnselen, is het aan te bevelen een dierenarts te raadplegen. Zelf dokteren is alleen maar acceptabel wanneer er geen enkele twijfel bestaat over de aard van de ziekte. In alle andere gevallen dient een dokter te worden geraadpleegd. Bij het onderwerp het voorkomen van ziekten heb ik een tabel opgenomen met de meest voorkomende ziekten en hun behandeling. Dit is uitsluitend bedoeld voor informatie.

Ziekte Preventie en medicatie

De kweker kan er zelf een heleboel aan doen om ziekten bij vogels te voorkomen. In de hoofdstukken Volière ontwerp and hygiène zijn de belangrijkste preventieve maatregelen al uitvoerig behandeld. Maar zelfs als we de vogels onder optimale omstandigheden hebben gehuisvest en de verzorging is uitstekend, dan toch kunnen ziekten de kop opsteken. Soms kan een ziekte een hele populatie in de volière aantasten. Het is daarom noodzkelijk om de vogels dagelijks te observeren. Elke verandering in gedrag, ontlasting of verenpak kan een indicatie voor een ziekte zijn.

Wanneer dit wordt bemerkt aarzel dan niet en zet de vogel apart om overdracht van de ziekte naar andere vogels te voorkomen en om de vogel in een rustige omgeving te laten herstellen. Een zgn. ziekenkooitje moet elke vogelhouder bij de hand hebben. Door een verwarming in of boven het kooitje moet de vogel bij een temperatuur van ongeveer 30 °C worden gezet. De bodem van het kooitje moet elke dag worden ververst. Ik gebruik hiervoor een stukje krant dat gemakkelijk verwijderd kan worden. Dit dagelijks verversen is nodig om een eventuele infectie cyclus te doorbreken. De vogel moet absoluut blijven eten en drinken. Soms is het noodzakelijk wat zachtvoer aan te bieden als de vogel niet meer goed in staat is om het zaad te pellen.

Begin nooit zomaar met het vertrekken van medicijnen als de diagnose niet onomstotelijk vaststaat. Vogelhouders mogen veel ervaring hebben, maar zijn geen dokters. Raadpleeg daarom een in vogels gespecialiseerde dierenarts. Het zomaar vertrekken van medicijnen zal de vogel alleen maar verzwakken en de kansen op herstel minimaal maken. Raadpleeg zeker een dierenarts wannneer meerdere vogels door de ziekte zijn aangetast. Controleer regelmatig de conditie van de vogel. Gaat het bergafwaarts en de vogel lijdt, wees dan moedig en maak er een eind aan door het breken van de nek

De meeste mensen hebben niet de juiste achtergrond om een vogel te diagnosticeren. De onderstaande tabel is daarom alleen bedoeld als een leidraad en NIET in plaats van professioneel medisch advies en diagnose. De informatie is voor een groot deel uit de literatuur. In de meeste gevallen heb ik zelf geen practische ervaring met de hieronder beschreven vogelziekten.

Vaak geeft alleen mestonderzoek uitsluitsel over de ziekte. Om de mest op te vangen wordt 's avonds een stukje aluminumfolie in het ziekenkooitje onder de zitstokken aangebracht. 's morgens wordt dit verwijderd. Mest kan het beste vers worden onderzocht. In ieder geval verdient het aanbeveling om het monster in de koelkast te bewaren. Mest wordt meestal door een dierenarts onderzocht. Er zijn ook niet-dierennartsen die een betrouwbare diagnose aan de hand van het mestonderzoek kunnen stellen. Jan de Weert is geen dierenarts maar een professionele analist, die tegen een geringe vergoeding de mest kan onderzoeken. Zijn telefoonnummer is. 0164-685977

Er zijn veel dierenartsen in Nederland en ze weten alles over poezen, honden, konijnen en cavia's. Slechts een enkeling heeft ook werkelijk verstand van vogels. In negen van de tien gevallen wordt door artsen, die niet in vogels zijn gespecialiseerd een breedspectrum antibioticum voorgeschreven en gelukkig, vaak helpt het nog ook. Tenminste als de ziekte een infectie is die veroorzaakt wordt door bacterien. Wanneer de oorzaak iets anders is bij voorbeeld parasieten, schimmels, gebrekziekten of vergiftiging, dan helpt een antibioticum niet. Sterker nog door het antibioticum zal de vogel verder achteruitgaan en verslechtert de algemene conditie. Ga dus alleen te rade bij een dierenarts die verstand heeft van vogels, de juiste diagnose kan stellen en meteen de goede medicatie kan voorschrijven. Hedwig van der Horst is als dierenarts verbonden aan de Nederlandse Papegaaien Opvang (NOP). Ook heeft zij een grote kennis op het gebied van Europese cultuurvogels. De praktijk is gevestigd in Veldhoven op het terrein van de NOP. Als dit een te grote afstand is, kan zij eventueel ook doorverwijzen naar een andere in vogels gespecialiseerde arts.


Escherichia coli infectie

Deze ziekte kan optreden bij vogels van 1-8 dagen oud. Het nest voelt nat aan een de veren van de pop zien er zweterig uit. Het nest kan ook vies ruiken. In de meeste gevallen sterven de jonge vogels. Oudere vogels kunnen met een breed spectrum antibioticum bv. tetracycline worden behandeld.

Atoxoplasmose (zie ook onder

Atoxoplasmose is een ware plaag voor vogels in gevangenschap. Geinfecteerde vogels sterven snel. Onderzoek laat een een vergote lever met een onnatuurlijke blauw/paarse kleur zien. Genezing is in de regel niet mogelijk, maar een preventieve medicatie is mogelijk met name vlak voor en tijdens het broedseizoen.

Coccidiose (zie ook onder)

Hoofdzakelijk jonge vogels zijn hiervan het slachtoffer. Ze stoppen met (voldoende) eten, de uitwerpselen zijn vloeibaar en de darmen zijn rood en gezwollen. Coccidiose is minder "dodelijk" dan atoxoplasmose en kan worden behandeld Finicoc, Baycocx or Esb3 kan worden gebruikt ter behandeling maar ook preventief .

Megabacterien

De infectieziekte die ten onrechte "Megabacterien" wordt genoemd wordt in feite veroorzaakt door een schimmel (Macrorhabdus ornithogaster). Toen de ontlasting van zieke vogels werd onderzocht onder microscoop zag men langgerekte organismen. Omdat ze hierdoor enigszins leken op staafvormige bacterien, maar veel groter waren werden ze Megabacterien genoemd. Wanneer een vogel hiervan last heeft is de ontlasting waterig dun met hierin vaak een bruine rulle substantie. De schimmels die dit veroorzaken vermeerderen zich in de darm. Of een vogel last heeft van Megabacterien kan alleen door microsopisch onderzoek worden vastgesteld. Behandeling kan het best geschieden door een middel uit de humane geneeskunde. Goede resultaten worden bereikt door "Fungizone" een suspensie met als werkzame stof Amfotericine B (100mg/ml), dat gedurende 14 dagen in een concentratie van 0.6 ml/liter wordt toegediend. Een toenemend aantal kwekers geeft preventief enkele dagen per week appelazijn (1 eetlepel/liter) ca 10-15 ml in het drinkwater. Bij de NOP wordt ook het drinkwater aangezuurd hier met citroenzuur. De resultaten hiermee zijn zeer positief. Een andere indicatie voor het besmet zijn met Megabacterien is de aanwezigheid van onverteerde zaden in de ontlasting. Ook wordt vaak de spiermaag naar achteren gedrukt waardoor die als een soort "eitje" in de buik te voelen is. Dit komt omdat de kliermaag ontstoken en dus vergroot is, waardoor de spiermaag naar achteren wordt gedrukt.

Kanarie pokken

De naam suggereert dat alleen kanaries hiervan te leiden hebben. Niets is minder waar. Ook onze Europese cultuurvogels zijn hiervoor gevoelig. Pokken komt in twee vormen voor de uitwendige vorm en de inwendige vorm. Bij de uitwendige vorm verschijnen er wratachtig aandoeningen rond de snavel, ogen of oponbevederde huid. Bij de inwendige vorm zitten de aandoeningen in de keel, luchtpijp en longen. De vogel zit duidelijk naar adem te snakken. Het virus komt via de huid naar binnen. Muggen zijn de overbrengers. Er is geen behandeling mogelijk. De meeste vogels komen aan hun eind. Kanaries en vinkachtigen moeten preventief worden geent om de ziekte te voorkomen. Dit is de enige oplossing. Een vogelhouder die te maken heeft gehad met kanarie pokken laat het wel uit zijn/haar hoofd om niet jaarlijks te enten. Vaccinatie gebeurt in juni/juli..

Trichomoniasis

Trichomonas is een infectie aan de luchtwegen. De vogel heeft moeilijkheden met ademen en er kan slijm te zien zijn bij de snavel.. Als de vogel met de kop schud, zie je druppels in het rond vliegen. Behandeling met Tricho plus (Oropharma)

Campylobacter infectie

Campylobacter is een bacterie die verantwoordelijk is voor een groot aantal voedselvergiftigingsincidenten bij de mens. Een campylobacter infectie kan echter ook bij vogels voorkomen. De gelige uitwerpselen van de vogels tonen onverteerde zaden. De ziekte kan worden behandeld met erythromycin (5%), dat via het water wordt gedoseerd. Het medicijn heeft wel een afwijkende smaak. Men moet er zich van vergewissen dat de vogels blijven drinken. Baytril is ook een goed preparaat

Dermatomycose

Dermatomycose is een infectie die door de pathogene schimmel Trichophyton of microsporum wordt veroorzaakt. De symptomen zijn de aanwezigheid van een wit poeder op de veren. Later kunnen de veren zelfs uitvallen. Uitwendig behandeling van de aangetaste plaatsen kan met Nizoral of Dactarin geschieden. Nizoral kan langdurig wordeb gebruikt zonder bijverschijnselen. De besmetting kan ook over worden gedragen op de mens. Voorzichtigheid en strikte hygiène is daarom essentieel. Andere middelen die goed helpen zijn imaverol (werkzame stof enilconazol) uitwendig en trisporal (intraconazol) inwendig

Aspergillose

Aspergillus is een schimmel die we rangschikken onder de opportunistische pathogenen. Vogels worden alleen aangetast als de condities voor groei en besmetting voor de schimmel ideaal zijn. Als vogels in een vochtige omgeving worden gehouden met weinig ventilatie dan zullen de schimmelsporen worden geinhalleerd en ontkiemen in de luchtpijp. De vogels kunnen dan heel moeilijk ademhalen. Onderzoek laat witte vlekjes op het membraam zien. Uitwendige behandeling met Itraconazol of Nizoral. Aspergillose onstaat ook vaak als een gevolg van vitamine A gebrek

Veder mijten

Deze parasieten voeden zichzelf met het keratine en veroorzaken veeruitval en een slordig verenpak. Behandeling met Finion of Bird spray (vermijd contact met de neus ingang en de ogen. Vedermijt kan ook worden behandeld met anti-luchtpijpmijt van Bogena. (1 maal per 10 dagen op de kale huid en dit 3 tot 4 maal herhalen). Ook Oramaec (1 dag via het drinkwater 1 keer per 10 dagen en dit 3-4 maal herhalen.)

Ectoparasieten (bloed mijten)

Deze parasieten ( Dermanyssus avium) houden zich schuil op donkere plaatsenen vallen aan in de nacht. Deze invasies kunnen massaal zijn. Jonge vogels in het nest kunnen ten onder gaan door bloedarmoede. Om bloedmijten te voorkomen moet bij de buw van de volière of kooi kieren en naden worden vermeden. Houtconstructies kunnen het best worden afgekit met een siliconen kit. Witte verf is beter dan donkere verf. Nest kastjes moeten niet stijf tegen de wand worden ophangen maar op afstand worden gehouden met bv. een paar spijkertjes. Als er bloedmijten "op het hok" zijn dan kan men dit herkennen aan onrustige vogels, die de hele dag door in het verenpak zitten te pikken en te krabben. Plaatsen waar parasieten zich ophouden moeten worden behandeld met een spray. Onder de sisal nestmandjes breng ik altijd een fijn laagje Finion poeder aan. Dit is een natuurlijk insecticide. Er zijn tegenwoordig ook mengsels van gedroogde kruiden te koop die hetzelfde effect zouden hebben. Ik heb hier tot dusver geen positieve ervaringen mee.


Atoxoplasmose
Ataoxoplasmose is de meest voorkomende ziekte onder kanaries en vinken. Atoxoplasmose wordt door een parasiet veroorzaakt. Deze parasiet is healaas moeilijk geheel uit te roeien. De besmetting vindt al plaats wanneer de jongen nog in het nest verblijven. De meeste slachtoffers vallen dan ook onder jonge vogels tussen de twee en zes maanden oud. De algemene syptomen zijn niet actieve vogels die niet of nauwelijks voedsel tot zich nemen. Wanneer we de veertjes op de buik opblazen dan zien we een vergrote lever, die blauw/purper is gekleurd. Binnen een paar dagen zal de vogel sterven. Atoxoplasmose is zeer besmettelijk. Als er in de volière vogels besmet zijn, dan zullen de anderen snel volgen. Als de parasiet de populatie heeft gekoloniseerd, dan is volledige uitroeiing ontzettend moeilijk. Oudere vogels kunnen op deze manier de drager van de parasiet zijn zonder dat ze zelf de symptomen van de ziekte vertonen. De meeste houders van Europese cultuurvogels verstrekken preventieve medicatie gedurende het hele broedseizoen. In algemene zin ben ik tegen het verstrekken van preventieve medicatie. De vogels worden hiervan volledig afhankelijk. Ook is het nog maar de vraag of de parasiet zich uiteindelijk niet aan het medicijn zal aanpassen. Geheel zonder dergelijk middelen zal het in de regel niet lukken met de kweek. Zelf ben ik door scahde en schande wijs geworden. Ik geef nu in de aanloop tot het broedseizoen (half maart) drie dagen EsB3 (0.5 gram/l) Twee dagen een vitamine preparaat bv WM-Forte. Dan weer drie dagen EsB3. De actieve stof in EsB3 is Sulfaclozine-Na-Monohydrate. Wanneer de jonge vogels uitvliegen geef ik weer EsB3, op de hierboven beschreven manier en herhaal dit totdat het laatste nest is uitgevlogen en de vogels in de rui gaan. Deze behandeling is voor mij zeer succesvol gebleken. Er sterven nu nog nauwelijks jonge vogels.
Coccidiose
Ook Coccidiose wordt door een parasiet veroorzaakt. De symptomen lijken veel op die van Atoxoplasmose. De uitwerpselen van de vogels zijn heel dun en in ernstige gevallen zit er ook bloed in. Een acute infectie leidt tot en snelle dood. Wanneer de ziekte cronisch verloopt, dan kan het nog een paar weken duren. Ook voor coccidiose kan (moet?) er preventief worden gekuurd. Ook hier gebruik ik EsB3 op de manier zoals hierboven is beschreven.

De levenscyclus van Isospora canaria en Isospora serini

Coccidiose en atoxoplasmose zijn protozoaire ziekten. Coccidiose wordt veroorzaakt door de parasiet Isospora canaria. De veroorzaker van atoxoplasmose is de sterk verwante parasiet Isospora serini. De infectie cyclus van beide parasieten is vrijwel identiek. Op een belangrijk onderdeel verschillen ze echter van elkaar. In tegenstelling tot isospora canaria, is isospora serini in staat door de darmwand heen te ”dringen” en via de bloedbaan zich te nestelen in vitale organen. Lever, milt, longen en hersenen kunnen hierdoor worden aangetast. Dit leidt veelal tot een snelle sterfte van de vogel. Een infectie met Isospora canaria is meestal even dodelijk voor jonge vogels, maar verloopt in de regel milder voor volwassen exemplaren. Voor vogelhouders kan een uitbraak van coccidiose of atoxoplasmose een ware ramp betekenen. Bij de kweek is alles er dan ook op gericht om deze parasieten buiten de deur te houden of in ieder geval de infectie druk binnen proporties te houden.

Er is heel veel wetenschappelijk onderzoek verricht op het gebied van parasitaire ziektes. Dit komt vooral omdat de malaria, die ook door een protozo wordt veroorzaakt, nog steeds miljoenen slachtoffers maakt in tropische gebieden. Parasieten vormen ook een grote bedreiging voor de intensieve kippenhouderij. Ook hier moet preventief worden opgetreden om ernstige uitbraken te voorkomen. Er zijn honderden verschillende soorten protozoën, waarvan de meeste zeer gastheer specifiek zijn. Hoe men ook tegen deze parasieten aankijkt, één ding moet gezegd worden, de natuur heeft deze kleine eencelligen uitgerust met een zeer gespecialiseerd en verfijnd mechanisme om te overleven. Interessant genoeg om eens stil te staan bij de levenscyclus van de twee parasieten die in onze hobby zo veel problemen kunnen opleveren.

De besmettingscyclus begint met een vogel, die besmet is met een parasiet. De oöcysten, (eitjes), die ze bij zich dragen worden met de uitwerpselen door geïnfecteerde vogels uitgescheiden Op dat moment zijn deze kiemen nog niet in staat om een nieuwe gastheer te infecteren. Een rijpingsproces buiten het vogellichaam (in de uitwerpselen) dient hieraan vooraf te gaan. Het sporuleren (tot rijping komen) duurt een aantal dagen. De condities moeten wel gunstig zijn, vocht en warmte zijn nodig om het sporuleren op gang te brengen en te houden. Een onrijpe oöcyst bevat meestal een sporoblast (onrijpe spore). Eerst vindt er in de oöcyst een deling plaats, waardoor er twee sporoblasten ontstaan. De sporoblasten vormen nu een celwand. Deze sporoblast verandert hierdoor in een sporozo?et. Vervolgens vindt er weer tweemaal een deling plaats waardoor er vier sporozo?eten worden gevormd. Pas nadat deze cyclus is doorlopen, is de parasiet in het virulente stadium gekomen en klaar om een nieuwe gastheer te infecteren.

Het zal duidelijk zijn dat voor de vogel liefhebber hier een kans ligt om de cyclus te doorbreken. Het schoonhouden van de verblijven en vooral het verwijderen van de mest is heel belangrijk om het rijpingsproces in het vogelverblijf te stoppen en eventueel gerijpte sporen met de mest te verwijderen voordat de parasiet weer door een gezonde vogel kan worden opgenomen. In droge goedgeventileerde verblijven zullen de oöcysten veel moeilijker tot sporulatie overgaan dan bij vochtige warme omstandigheden.

Indien de gerijpte oöcysten door vogels worden opgenomen vestigen ze zich in de darmwand van de dunnen darm en dringen een darmwandcel binnen Er vindt nu weer een verandering plaats.beginnen met het afbreken van de darmwandcellen. In dit stadium is de geïnfecteerde vogel een zieke vogel geworden, omdat de parasiet nu de gastheer gaat gebruiken om zelf te kunnen voortbestaan. Het afbreken van de darmwandcellen wordt nu ook zichtbaar als we de vogel opblazen. De darmlussen zien er dan rood en geïrriteerd uit.

De volgende cyclus speelt zich geheel binnen de vogel af. Dit is de a-sexuele reproductie cyclus, waarbij uit de sporozo?eten grote hoeveelheden merozo?eten worden gevormd, die weer op zoek gaan naar nieuwe cellen om te infecteren. Hierdoor onstaat er een proces waarbij steeds meer cellen worden aangevallen. De conditie van de vogel zal nu zienderogen verslechteren, omdat nu massaal celwandcellen worden afgebroken en het spijsverteringsproces van de vogel geheel ontregeld wordt. Ook is de vogel nu bijzonder gevoelig geworden voor andere, meestal bacteriële infecties.

Na verloop van tijd (enkele dagen tot een week) vindt er in de cyclus van de parasiet weer een verandering plaats. Sommige merozo?eten veranderen in gameten. Er worden nu specifiek vrouwelijke en mannelijke cellen aangemaakt. Nadat er een mannelijke en een vrouwelijke cel zijn samengesmolten (de seksuele reproductie) onstaat er een zygote. In een volgende fase begint de zygote te veranderen in een oöcyst. Deze oöcysten verlaten nu de dunne darm en vinden hun weg naar buiten. Dit brengt ons weer bij terug de eerste stap in de cyclus.

Megabacterien

Inleiding

De Megabacterie is een opportunistische ziekteverwekker. Opportunistisch betekent dat gezonde vogels de infectie bij zich kunnen dragen zonder dat dit meteen leidt tot een ziektebeeld. Pas wanneer de vogel een verzwakt afweersysteem heeft, kan er een snelle vermenigvuldiging plaatsvinden en kan de vogel uiterlijke kenmerken van ziekte gaan vertonen.

De naam megabacterie is eigenlijk onjuist. Het organisme, dat problemen bij onze vogels kan veroorzaken, heet voluit Macrorhabdus ornithogaster en is geen bacterie, maar een fungus. Tot de familie van de fungi behoren de schimmels, gisten en zwammen. Toen M. ornithogaster werd geïsoleerd uit zieke en overleden vogels was er nog geen manier voor handen om het organisme in het laboratorium op te kweken. Onder de microscoop nam men langwerpige cellen waar, die qua vorm sterk aan staafvormige bacteriën deden denken, behalve dat deze cellen vele malen groter waren dan een bacteriecel (ongeveer 20–80 micrometer lang). De term “megabacterie” lag dan ook voor de hand. Omdat het organisme ook als ziekteverwekker voorkomt bij kippen, is er de laatste 10 jaar veel onderzoek gedaan. Men kan nu het organisme opkweken op een voedingsbodem en er is veel werk gedaan om een geschikt medicijn te ontwikkelen.

Wanneer veroorzaakt M. ornithogaster een probleem voor onze vogels?

Zoals gezegd komt de gist ook in kleine aantallen voor bij vogels, die er niet ziek van worden. Het optreden van stress, waardoor de weerstand van de vogel afneemt, kan er al toe leiden dat de gist zich tot hoge aantallen in de maag vermenigvuldigt en de vogel ziek maakt. Dit verschijnsel zien we bij meer infecties zoals ook bijvoorbeeld coccidiose. Vaak gaat dit ook gepaard met een andere infectie. Bij de meeste microscopische preparaten waar ik M. ornithogaster kon waarnemen, waren er ook grote hoeveelheden coccidiën te zien. Het is dan belangrijk om beide te bestrijden.

Vaak steekt M. ornithogaster de kop op als een vogel wordt verplaatst en er stress optreedt. Ook kan de weerstand van een vogel verzwakken door eenzijdige of verkeerde voeding. Slechte huisvesting en onvoldoende hygiëne kunnen ook de oorzaak van een infectie zijn. M. ornithogaster veroorzaakt ontstekingen in de klier- en de spiermaag. Hierdoor valt de functie van het voedsel verteren uit en hoopt het voedsel zich op. Dit is ook de reden dat de vogel wil blijven eten. Ondanks dat er veel voer wordt opgenomen, wordt dit niet verder verteert. Met een volle krop en maag sterft een vogel in feite de hongerdood.

De diagnose

De uiterlijke kenmerken van een vogel die een M. ornithogaster infectie heeft zijn de volgende:

De vogel zit een groot deel van de dag bij de voerbak. Hij eet en lijkt onverzadigbaar, toch vermagert de vogel zienderogen.
De vogel oogt ongezond zit met afhangende vleugels. De meeste vogels zullen pas “bol” gaan zitten als de ziekte al in een zo ver gevorderd stadium is dat genezing bijna onmogelijk is.
De mest is waterig/slijmerig dun met een groene kern. Soms kunnen hierin onverteerde zaden worden waargenomen.

Bovenstaande kenmerken kunnen ook door andere infecties worden veroorzaakt. Een microscopisch onderzoek van de mest is dan ook noodzakelijk en geeft direct uitsluitsel. Indien onder microscoop met een vergroting van 400x langwerpige staafvormige cellen worden waargenomen, dan is dit altijd een infectie van M. ornithogaster. De meeste cellen bevinden zich wel in de groene kern van de ontlasting, daarom moet dit worden onderzocht. Een kleuring van het preparaat geeft vaak een duidelijker beeld, maar is niet echt noodzakelijk. Vergeet niet om ook te kijken naar secundaire infecties bijvoorbeeld aanwezigheid van coccidiën. Omdat weinig vogelhouders over een microscoop beschikken, zal men voor de diagnose bij de in vogels gespecialiseerde dierenarts te rade moeten gaan. Vang wat mest op met een stukje huishoudfolie en stuur dit op of breng mee als u met de vogel de arts bezoekt.

Medicatie

Antibiotica zoals Baytril hebben geen enkele werking ten opzichte van gisten. Onderzoek in de pluimvee sector heeft aangetoond dat behandeling met amphotericine B wel het gewenste resultaat oplevert. Aphotericine B wordt ook in de humane geneeskunst gebruikt voor behandeling van gistinfecties bij ingewanden of genitaliën onder de handelsnaam Fungizone. Bij zieke vogels wordt Fungizone in een concentratie 0.6 ml/liter water gedurende 3 weken gegeven. Beter is het om het middel 3 maal daags direct met een kropnaald in de krop te brengen. De behandeling kan dan korter zijn, maar niet iedereen durft of kan met een kropnaald te werken. Een vogel kan pas genezen worden verklaard als er in het microscopisch beeld geen cellen meer te zien zijn. Amphotericine B grijpt in op de celwand van de gist, waardoor lekkage optreedt en de cel wordt geïnactiveerd.

Indien een vogel de infectie heeft opgelopen moet hij apart gezet worden. Niet omdat een M. ornithogaster infectie erg besmettelijk is, maar de vogel moet worden behandeld en het liefst ook een beetje warm gezet worden in een ziekenkooitje. Men grijpt soms te snel naar de Baycox of EsB3 als een vogel een maag/darm probleem heeft. Er gaan dan kostbare dagen verloren en de vogel wordt steeds zieker. Een infectie met M. ornithogaster is goed te genezen, maar u met snel met de juiste medicatie ingrijpen.

Veilig kiemzaad maken

Door de meeste kwekers wordt, in combinatie met eivoer en insecten, kiemzaad gebruikt voor de kweek van Europese zaadeters. Gekiemd zaad is rijk aan essentiële vetzuren, bevatten licht verteerbare koolhydraten en vitaminen. Met name vitamine B komt in een hoge concentratie voor. Naast het feit dat het een gezond voedsel is voor de nest jongen, vergemakkelijkt het de overstap van zacht voedsel naar zaad. Bovendien eten volwassen en jonge vogels het gekiemd zaad graag. Het aanbieden van gekiemd zaad onder het eivoer bevordert ook dat het eivoer beter wordt opgenomen. Het verstrekken van gekiemde zaden is daarom sterk aan te bevelen.

Bij het zelf samenstellen van kiemzaad is het van belang, dat zaden gekozen worden met een bijna gelijke kiemsnelheid. Ook is de versheid en zuiverheid (afwezigheid van stof) van het zaad van groot belang. Men spreekt van gekiemd zaad als er kleine witte puntjes gevormd zijn op de kiemplek van het zaad. Het is daarom belangrijk het kiemproces tijdig te stoppen. Indien men het kiemproces laat voortduren en de kiem groeit uit tot een stengeltje, gaan belangrijke nutriënten verloren en kan men hooguit nog spreken van groenvoer.

Naast het feit dat gekiemd zaad een waardevolle aanvulling is op het menu van onze vogels, is het gebruik van gekiemd zaad niet helemaal zonder risico. Net als bij andere onbewerkte producten uit de landbouw, hebben zaden een hoge microbiële belasting. Tijdens de groei, het oogsten en droogproces vindt er continue besmetting met micro-organismen plaats. Aanraking met de (besmette) grond, knaagdieren, insecten en opslag onder niet ideale omstandigheden dragen er toe bij dat de hoeveelheid micro-organismen oploopt tot een aantal miljoenen per gram zaad. Een zaadje dat onbeschadigd is, is van binnen steriel. De besmetting bevindt zich dus geheel aan de buitenkant. Bij goed gedroogde zaden kunnen, micro-organismen zich niet vermeerderen, want er is immers vocht nodig om te kunnen groeien. Dit verandert drastisch als we water toevoegen om het kiemproces te starten. De micro-organismen, die van nature op het zaad voorkomen, kunnen dan snel gaan groeien, omdat aan alle drie de belangrijke factoren voor microbiële groei is voldaan namelijk vocht, warmte en aanwezigheid van nutriënten. Wanneer het kiemproces klaar is, heeft er een significante toename van het aantal micro-organismen plaatsgevonden. Tussen deze micro-organismen kunnen er ook bij zijn, die de vogel ziek kunnen maken. Escherichia coli de veroorzaker van zweetziekte of natte nesten en Salmonella (salmonellose), kunnen in gekiemd zaad voorkomen. In de afgelopen periode heb ik onderzoek gedaan naar de besmettingsgraad van het gekiemd zaad en ook op welke wijze we de microbiële groei tijdens het kiemen kunnen beïnvloeden. Van bacteriën is het bekend dat een verlaging van de pH het groeiproces vertraagt of zelfs helemaal stillegt.

Een illustratie hiervan zijn de onderstaande groeikarakteristieken van een aantal bacteriën bij een neutrale pH en onder aangezuurde omstandigheden.

Escherichia coli

pH 7.2

pH 4.5

Lagfase *

3.3 uur

7.4 uur

Verdubbelingstijd

0.6 uur

1.5 uur

Tijd om een factor 1000 te groeien

9.4 uur

22.1 uur

Yersinia enterocolitica   

pH 7.2   

pH 4.5

Lagfase *

2.1 uur

26.1 uur

Verdubbelingstijd

0.6 uur

1.3 uur

Tijd om een factor1000 te groeien

8.4

56.4 uur


*De lagfase is een fase in het groeiproces waarbij er geen vermeerdering plaatsvindt. Het micro-organisme is bezig zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Hoe ongunstiger het milieu is, hoe langer het duurt voordat het organisme begint te groeien.

Bovenstaande getallen geven duidelijk aan dat de invloed van het aanzuren van het substraat enorm is. Bij een lage pH (4.5) duurt het niet alleen langer voordat bacteriën beginnen te groeien, maar ze groeien ook nog veel langzamer.

Om te kunnen nagaan of er ook een gunstige werking van het aanzuren van het water op het kiemproces, werd de volgende proef uitgevoerd:

25 gram van een commercieel verkrijgbaar kiemzaad aangevuld met katjang- itjoe (kleine sojaboontjes) werd in 120 ml puur leiding water gebracht. Dezelfde hoeveelheid zaad werd in 120 ml water gebracht dat was aangezuurd met appelazijn . De concentratie appelazijn bedroeg 20 ml per liter water, hetgeen een pH oplevert van 4.1. Na goed te zijn doorgeroerd werden beide testmonsters gedurende 8 uur bij kamertemperatuur weggezet. Hierna werden de monsters micro-biologisch onderzocht op het totaal aantal micro-organismen en E.coli (3M Petrifilm). Na twee dagen werden de tests afgelezen en een schatting gemaakt van het aantal micro-organismen in elk monster.

In het niet aangezuurde monster had een dusdanige groei plaatsgevonden dat de testplaat niet telbaar was. Een schatting was enkele miljoenen bacteriën per ml water. Het aangezuurde monster bleek een significant lager aantal bacteriën te bevatten ongeveer 1000 per ml. In de E. coli test waren beide monsters negatief, hierbij moet aangetekend worden dat door gebrek aan een incubator, de test bij kamertemperatuur had plaatsgevonden, maar eigenlijk bij 37 °C had moeten gebeuren.

De conclusie die uit dit experiment getrokken kan worden is dat het aanzuren van water tijdens het weken van de zaden de ontwikkeling van micro-organismen significant remt. Hierdoor hebben de zaden een veel lagere besmetting als we met het kiemproces beginnen. Ook is nagegaan of het aanzuren invloed heeft op de ontkieming zelf. Nadat de zaden waren gekiemd, is van elk een monster genomen en beoordeeld. Hier waren geen verschillen waarneembaar In beide gevallen was ~ 85% van de zaden gekiemd.

Mijn kiemproces stap voor stap

1. Zaden 8 uur weken in water waar 20 ml appelazijn per ml is toegevoegd
2. Uitgieten op keukenzeven en onder een harde straal goed uitspoelen
3. Bovenstaande wordt minimaal 5 maal per dag herhaald
4. Nadat er kleine witte puntjes zichtbaar zijn wordt een laatste spoeling gedaan
5. Hierna worden de zaden goed uitgeschut om het overtollige water te verwijderen
6. Op een dikke laag kranten wordt keukenpapier gelegd en de zaden worden gelijkmatig verdeeld
7. Een aantal keren worden de zaden omgeschept
8. Na ongeveer een uur zijn de zaden redelijk droog en worden op keukenpapier op een aantal bakblikken in de vriezer geplaatst. Het is belangrijk de bakblikken niet te vol zijn en de zaden zo min mogelijk aanhangend water hebben.
9. Na te zijn ingevroren worden de zaden voorzichtig losgemaakt en in Tupperware doosjes in de vriezer bewaard. Op deze manier kunnen de zaden lang worden bewaard zonder dat er bederf of kwaliteitsverlies optreedt.

Het aanzuren van drinkwater anders bekeken.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende artikelen verschenen over het nut van het aanzuren van drinkwater. Er is inmiddels voldoende bewijs dat het aanzuren een gunstige invloed heeft op het gezond zijn en blijven van onze vogels. Bij de Nederlandse Papegaaien Opvang in Veldhoven wordt het water sinds een aantal jaren aangezuurd met citroenzuur en men heeft kunnen vaststellen dat er een positieve invloed van uitgaat. Weer anderen gebruiken appelazijn, medicinaal zoutzuur of combimix (een mengsel van organische zuren). De vraag dient zich aan of er eigenlijk verschillen zijn tussen al deze stoffen. Is er een verschil tussen medicinaal zoutzuur of een willekeurig ander zuur wat betreft de werkzaamheid?
Voor het houdbaar maken van voedingmiddelen wordt het aanzuren sinds vele eeuwen toegepast al dan niet door gebruik te maken van een natuurlijk fermentatieproces. * Ook in de moderne voedingsmiddelenindustrie worden deze voedingszuren heel veel gebruikt. Ze zijn te herkennen aan het zogenaamde E-nummer op de verpakking. Welk zuur er wordt toegepast hangt sterk af van het product waarvan de houdbaarheid verlengd moet worden. Er is echter wel een verschil in de werking van deze zuren. Hiervoor is een klein beetje chemiekennis nodig. Het verschil tussen de zwakke (organische) voedingszuren en bijvoorbeeld het sterke zuur HCL (zoutzuur, E 507) is dat ze zich in water verschillend gedragen. Het voorvoegsel sterk of zwak duidt niet op de "gevaarlijkheid" of "corrosiviteit" van het zuur; zo is mierenzuur een zwak zuur, maar erg bijtend. Als een zuur aan water wordt toegevoegd zal het zuur zich splitsen in + en - ionen. Voor een sterk zuur geldt dat deze splitsing volledig is. In een waterige oplossing van HCL komen er geen HCL moleculen meer voor maar alleen H+ en CL- atomen. Bij een zwak organisch zuur is dit heel anders. Een deel van het zuur zal zich splitsen in + en – ionen, maar voor een deel zal het ongesplitste zuur nog als molecuul in de oplossing bestaan. De hoeveelheid ongedissocieerd (ongesplitst) organisch zuur dat aanwezig is, is afhankelijk van het soort zuur en de pH van de oplossing. Vergelijken we bij een pH van 4.1 het percentage ongedissocieerd zuur voor citroenzuur, melkzuur en azijnzuur dan zijn de uitkomsten als volgt:
Azijnzuur 81.7% ongedissocieerd zuur
Melkzuur 36.5% ongedissocieerd zuur
Citroenzuur 9.88% ongedissocieerd zuur
Zoutzuur als sterk zuur is volledig gedissocieerd en bevat dus 0% ongedissocieerd zuur.

Deze verschillen zijn van grote invloed op de antimicrobiële werking, want naast de pH is de hoeveelheid ongedissocieerd zuur een belangrijke factor. Hoe meer ongedissocieerd zuur er aanwezig is hoe beter bacteriegroei wordt geremd. Azijnzuur is van de hierboven genoemde zuren, bij een gelijke pH, dan ook de meest effectieve groeiremmer en medicinaal zoutzuur de minste.

Hoe effectief is het aanzuren van drinkwater eigenlijk? In onderstaande tabel heb ik de groeisnelheid van E coli bacteriën bij een verschillende pH gezet. De temperatuur is 30 °C.

pH 7.2pH 4.5pH 4.1
Aanpassingstijd3.3 uur7.4 uuroneindig
Verdubbelingstijd0.6 uur1.5 uuroneindig
Tijd om een factor1000 te groeien9.4 uur22.1 uuroneindig

Als bacteriën worden blootgesteld aan een zuur milieu hebben ze de tijd nodig om zich aan te passen. Hier valt al op dat hoe lager de pH is hoe langer het duurt voordat de bacterie zich heeft aangepast. Bij een pH van 4.1 kan E. coli zich niet aanpassen en vindt er dus helemaal geen groei plaats. Gewoon water uit de kraan heeft een pH van rond de 7. Binnen 10 uur is er een toename van een factor 1000. Na 24 uur ligt het aantal bacteriën ver boven de miljoen. Bij deze getallen wordt er wel vanuit gegaan dat er voldoende nutriënten voor de bacteriën aanwezig zijn. Deze aanname is gerechtvaardigd omdat de vogels met hun snavel het water snel zullen verontreinigen.

Voor elk type bacterie liggen deze getallen een klein beetje anders, maar door de bank genomen voorkomt een pH van 4.1 de groei van de meeste soorten. Hier moet nadrukkelijk bij vermeld worden dat dit alleen maar opgaat voor bacteriën. De meeste schimmels en gisten kunnen zich in dit milieu nog goed vermeerderen. Het is dus niet juist dat we aangezuurd water minder vaak hoeven te verversen. Ook is een woord van waarschuwing op zijn plaats. De pH wordt uitgedrukt in een logaritmische schaal. Een pH verlaging met 3 pH eenheden van bijvoorbeeld van pH 7 naar pH 4 betekent dat er 1.000.000 x zoveel + ionen in de oplossing zijn dan – ionen. Men moet dus voorzichtig zijn met overdosering van het zuur.

In onderstaande tabel is het effect van de concentratie op de pH duidelijk te zien:

Appelazijn

ml/literpH
203.98
104.19
54.56
2.55.22

Zoutzuur

ml/li pH
102.25
52.60
2.53.23
1.74.40
1.255.65

Om een pH van ongeveer 4.3 te bereiken is voor appelazijn 10 ml per liter water nodig en voor (verdunde) medicinale zoutzuur 1.8 ml/liter.

Dan kom ik op het laatste punt. Hoe effectief is aangezuurd water IN het vogellichaam. Eerlijk gezegd geloof ik dat er geen enkel effect is. Ieder orgaan in het lichaam van mens en dier streeft naar een optimaal evenwicht. Een zuurdere conditie in de krop zal snel weer te niet worden gedaan door het aanwezige voedsel en de sappen die hierin aanwezig zijn. Later in het verteringsproces is de maaginhoud van zichzelf al erg zuur, zodat het beetje aangezuurd water hier nauwelijks van invloed op zal zijn.

Ook een negatief effect van aanzuren is om deze reden niet te verwachten. Ik geef mijn vogels 7 dagen in de week water dat ik met appelazijn op een pH van 4.1 breng (10ml/liter water). Alleen wanneer er andere stoffen via het water worden verstrekt zoals kleurstoffen, vitaminen of Baycox wordt er geen appel azijntoegevoegd.

Ik kan mij voorstellen dat er na lezing van dit artikel er nog Vragen zijn of misschien heeft u naar aanleiding van het laatste punt een geheel andere mening. Schroom niet om ook in de pen te klimmen. Van discussie en dialoog kunnen we immers veel van elkaar opsteken.

* Voorbeelden zijn: eigengemaakte jam waaraan citroenzuur wordt toegevoegd. Zuurkool, haring en vlees in het zuur en wijn. Bessen, zoals druiven, bevatten van nature veel zuren. Zonder die zuren zou wijn niet houdbaar zijn.