info@cultuurvogelweb.nl

Gezondheid en ziekten

BELANGRIJKE ZIEKTEVERWEKKERS

Algemeen

De kweker kan er zelf een heleboel aan doen om ziekten bij vogels te voorkomen. In het hoofdstuk Volière ontwerp zijn de belangrijkste preventieve maatregelen al uitvoerig behandeld. Maar zelfs als we de vogels onder optimale omstandigheden hebben gehuisvest en de verzorging is uitstekend, dan toch kunnen ziekten de kop opsteken. Soms kan een ziekte een hele populatie in de volière aantasten. Het is daarom noodzkelijk om de vogels dagelijks te observeren. Elke verandering in gedrag, ontlasting of verenpak kan een indicatie voor een ziekte zijn.

Wanneer dit wordt bemerkt aarzel dan niet en zet de vogel apart om overdracht van de ziekte naar andere vogels te voorkomen en om de vogel in een rustige omgeving te laten herstellen. Een zgn. ziekenkooitje moet elke vogelhouder bij de hand hebben. Door een verwarming in of boven het kooitje moet de vogel bij een temperatuur van ongeveer 30 °C worden gezet. De bodem van het kooitje moet elke dag worden ververst. Ik gebruik hiervoor een stukje krant dat gemakkelijk verwijderd kan worden. Dit dagelijks verversen is nodig om een eventuele infectie cyclus te doorbreken. De vogel moet absoluut blijven eten en drinken. Soms is het noodzakelijk wat zachtvoer aan te bieden als de vogel niet meer goed in staat is om het zaad te pellen.

Begin nooit zomaar met het vertrekken van medicijnen als de diagnose niet onomstotelijk vaststaat. Vogelhouders mogen veel ervaring hebben, maar zijn geen dokters. Raadpleeg daarom een in vogels gespecialiseerde dierenarts. Het zomaar vertrekken van medicijnen zal de vogel alleen maar verzwakken en de kansen op herstel minimaal maken. Raadpleeg zeker een dierenarts wannneer meerdere vogels door de ziekte zijn aangetast. Controleer regelmatig de conditie van de vogel. Gaat het bergafwaarts en de vogel lijdt, wees dan moedig en maak er een eind aan door het breken van de nek

De meeste mensen hebben niet de juiste achtergrond om een vogel te diagnosticeren. De onderstaande tabel is daarom alleen bedoeld als een leidraad en NIET in plaats van professioneel medisch advies en diagnose.

Vaak geeft alleen mestonderzoek uitsluitsel over de ziekte. Om de mest op te vangen wordteen stukje aluminumfolie in het ziekenkooitje onder de zitstokken aangebracht en verwijderd als er mest is gedeponeerd. Mest kan het beste vers worden onderzocht. In ieder geval verdient het aanbeveling om het monster in de koelkast te bewaren. Mest wordt meestal door een dierenarts onderzocht. Er zijn ook niet-dierennartsen die een betrouwbare diagnose aan de hand van het mestonderzoek kunnen stellen. Heeft u een vogel met urgente stofwisselingsproblemen, dan is het mogelijk dat ik de mest voor u onderzoek. Voorwaarde is echter wel dat u lid bent van de SEC.

MOGELIJKE OORZAAK


SYMPTOMEN


Escherichia coli infectie

Deze ziekte kan optreden bij vogels van 1-8 dagen oud. Het nest voelt nat aan een de veren van de pop zien er zweterig uit. Het nest kan ook vies ruiken. In de meeste gevallen sterven de jonge vogels. Oudere vogels kunnen met een anti-bioticum zoals colistine worden behandeld.

Atoxoplasmose (zie ook onder)

Atoxoplasmose is een ware plaag voor vogels in gevangenschap. Geinfecteerde vogels sterven snel. Onderzoek laat een een vergote lever met een onnatuurlijke blauw/paarse kleur zien. Genezing is in de regel niet mogelijk, maar een preventieve medicatie is mogelijk met name vlak voor en tijdens het broedseizoen.

Coccidiose (zie ook onder)

Hoofdzakelijk jonge vogels zijn hiervan het slachtoffer. Ze stoppen met (voldoende) eten, de uitwerpselen zijn vloeibaar en de darmen zijn rood en gezwollen. Coccidiose is minder "dodelijk" dan atoxoplasmose en kan worden behandeld Finicoc, Baycocx or Esb3 kan worden gebruikt ter behandeling maar ook preventief .

Megabacterien

De infectieziekte die ten onrechte "Megabacterien" wordt genoemd wordt in feite veroorzaakt door een gist (Macrorhabdus ornithogaster). Toen de ontlasting van zieke vogels werd onderzocht onder microscoop zag men langgerekte organismen. Omdat ze hierdoor enigszins leken op staafvormige bacterien, maar veel groter waren werden ze Megabacterien genoemd. Wanneer een vogel hiervan last heeft is de ontlasting waterig dun met hierin vaak een bruine rulle substantie. De gisten die dit veroorzaken vermeerderen zich in de maag. Of een vogel last heeft van Megabacterien kan alleen door microsopisch onderzoek worden vastgesteld. Behandeling kan het best geschieden door een middel uit de humane geneeskunde. Goede resultaten worden bereikt door "Fungizone" een suspensie met als werkzame stof Amfotericine B (100mg/ml), dat gedurende 14 dagen in een concentratie van 0.6 ml/liter wordt toegediend.. Een andere indicatie voor het besmet zijn met Megabacterien is de aanwezigheid van onverteerde zaden in de ontlasting. Ook wordt vaak de spiermaag naar achteren gedrukt waardoor die als een soort "eitje" in de buik te voelen is. Dit komt omdat de kliermaag ontstoken en dus vergroot is, waardoor de spiermaag naar achteren wordt gedrukt.

Kanarie pokken

De naam suggereert dat alleen kanaries hiervan te leiden hebben. Niets is minder waar. Ook onze Europese zaadeters zijn hiervoor gevoelig. Pokken komt in twee vormen voor de uitwendige vorm en de inwendige vorm. Bij de uitwendige vorm verschijnen er wratachtig aandoeningen rond de snavel, ogen of oponbevederde huid. Bij de inwendige vorm zitten de aandoeningen in de keel, luchtpijp en longen. De vogel zit duidelijk naar adem te snakken. Het virus komt via de huid naar binnen. Muggen zijn de overbrengers. Er is geen behandeling mogelijk. De meeste vogels komen aan hun eind. Kanaries en vinkachtigen moeten preventief worden geent om de ziekte te voorkomen. Dit is de enige oplossing. Een vogelhouder die te maken heeft gehad met kanarie pokken laat het wel uit zijn/haar hoofd om niet jaarlijks te enten. Vaccinatie gebeurt in juni/juli..

Trichomoniasis

Trichomonas is een infectie aan de luchtwegen. De vogel heeft moeilijkheden met ademen en er kan slijm te zien zijn bij de snavel.. Als de vogel met de kop schud, zie je druppels in het rond vliegen. Behandeling met Tricho plus (Oropharma)

Campylobacter infectie

Campylobacter is een bacterie die verantwoordelijk is voor een groot aantal voedselvergiftigingsincidenten bij de mens. Een campylobacter infectie kan echter ook bij vogels voorkomen. De gelige uitwerpselen van de vogels tonen onverteerde zaden. De ziekte kan worden behandeld met erythromycin (5%), dat via het water wordt gedoseerd. Het medicijn heeft wel een afwijkende smaak. Men moet er zich van vergewissen dat de vogels blijven drinken. Baytril is ook een goed preparaat

Dermatomycose

Dermatomycose is een infectie die door de pathogene schimmel Trichophyton of microsporum wordt veroorzaakt. De symptomen zijn de aanwezigheid van een wit poeder op de veren. Later kunnen de veren zelfs uitvallen. Uitwendig behandeling van de aangetaste plaatsen kan met Nizoral of Dactarin geschieden. Nizoral kan langdurig wordeb gebruikt zonder bijverschijnselen. De besmetting kan ook over worden gedragen op de mens. Voorzichtigheid en strikte hygiène is daarom essentieel. Andere middelen die goed helpen zijn imaverol (werkzame stof enilconazol) uitwendig en trisporal (intraconazol) inwendig

Aspergillose

Aspergillus is een schimmel die we rangschikken onder de opportunistische pathogenen. Vogels worden alleen aangetast als de condities voor groei en besmetting voor de schimmel ideaal zijn. Als vogels in een vochtige omgeving worden gehouden met weinig ventilatie dan zullen de schimmelsporen worden geinhalleerd en ontkiemen in de luchtpijp. De vogels kunnen dan heel moeilijk ademhalen. Onderzoek laat witte vlekjes op het membraam zien. Uitwendige behandeling met Itraconazol of Nizoral. Aspergillose onstaat ook vaak als een gevolg van vitamine A gebrek

Veder mijten

Deze parasieten voeden zichzelf met het keratine en veroorzaken veeruitval en een slordig verenpak. Behandeling met Finion of Bird spray (vermijd contact met de neus ingang en de ogen. Vedermijt kan ook worden behandeld met anti-luchtpijpmijt van Bogena. (1 maal per 10 dagen op de kale huid en dit 3 tot 4 maal herhalen). Ook Oramaec (1 dag via het drinkwater 1 keer per 10 dagen en dit 3-4 maal herhalen.)

Ectoparasieten (bloed mijten)

Deze parasieten ( Dermanyssus avium) houden zich schuil op donkere plaatsenen vallen aan in de nacht. Deze invasies kunnen massaal zijn. Jonge vogels in het nest kunnen ten onder gaan door bloedarmoede. Om bloedmijten te voorkomen moet bij de buw van de volière of kooi kieren en naden worden vermeden. Houtconstructies kunnen het best worden afgekit met een siliconen kit. Witte verf is beter dan donkere verf. Nest kastjes moeten niet stijf tegen de wand worden ophangen maar op afstand worden gehouden met bv. een paar spijkertjes. Als er bloedmijten "op het hok" zijn dan kan men dit herkennen aan onrustige vogels, die de hele dag door in het verenpak zitten te pikken en te krabben. Plaatsen waar parasieten zich ophouden moeten worden behandeld met een spray. Onder de sisal nestmandjes breng ik altijd een fijn laagje Finion poeder aan. Dit is een natuurlijk insecticide. Er zijn tegenwoordig ook mengsels van gedroogde kruiden te koop die hetzelfde effect zouden hebben. Ik heb hier tot dusver geen positieve ervaringen mee.

Protozoaire ziekten

onderstaande foto's maakte ik met een vergroting van 400 met een Zeiss fasecontrast microscoop met camera opzet


De levenscyclus van Isospora canaria en Isospora serini

Coccidiose en atoxoplasmose zijn protozoaire ziekten. Coccidiose wordt veroorzaakt door de parasiet Isospora canaria. De veroorzaker van atoxoplasmose is de sterk verwante parasiet Isospora serini. De infectie cyclus van beide parasieten is vrijwel identiek. Op een belangrijk onderdeel verschillen ze echter van elkaar. In tegenstelling tot isospora canaria, is isospora serini in staat door de darmwand heen te ”dringen” en via de bloedbaan zich te nestelen in vitale organen. Lever, milt, longen en hersenen kunnen hierdoor worden aangetast. Dit leidt veelal tot een snelle sterfte van de vogel. Een infectie met Isospora canaria is meestal even dodelijk voor jonge vogels, maar verloopt in de regel milder voor volwassen exemplaren. Voor vogelhouders kan een uitbraak van coccidiose of atoxoplasmose een ware ramp betekenen. Bij de kweek is alles er dan ook op gericht om deze parasieten buiten de deur te houden of in ieder geval de infectie druk binnen proporties te houden.

Er is heel veel wetenschappelijk onderzoek verricht op het gebied van parasitaire ziektes. Dit komt vooral omdat de malaria, die ook door een protozo wordt veroorzaakt, nog steeds miljoenen slachtoffers maakt in tropische gebieden. Parasieten vormen ook een grote bedreiging voor de intensieve kippenhouderij. Ook hier moet preventief worden opgetreden om ernstige uitbraken te voorkomen. Er zijn honderden verschillende soorten protozoën, waarvan de meeste zeer gastheer specifiek zijn. Hoe men ook tegen deze parasieten aankijkt, één ding moet gezegd worden, de natuur heeft deze kleine eencelligen uitgerust met een zeer gespecialiseerd en verfijnd mechanisme om te overleven. Interessant genoeg om eens stil te staan bij de levenscyclus van de twee parasieten die in onze hobby zo veel problemen kunnen opleveren.

De besmettingscyclus begint met een vogel, die besmet is met een parasiet. De oöcysten, (eitjes), die ze bij zich dragen worden met de uitwerpselen door geïnfecteerde vogels uitgescheiden Op dat moment zijn deze kiemen nog niet in staat om een nieuwe gastheer te infecteren. Een rijpingsproces buiten het vogellichaam (in de uitwerpselen) dient hieraan vooraf te gaan. Het sporuleren (tot rijping komen) duurt een aantal dagen. De condities moeten wel gunstig zijn, vocht en warmte zijn nodig om het sporuleren op gang te brengen en te houden. Een onrijpe oöcyst bevat meestal een sporoblast (onrijpe spore). Eerst vindt er in de oöcyst een deling plaats, waardoor er twee sporoblasten ontstaan. De sporoblasten vormen nu een celwand. Deze sporoblast verandert hierdoor in een sporozo?et. Vervolgens vindt er weer tweemaal een deling plaats waardoor er vier sporozo?eten worden gevormd. Pas nadat deze cyclus is doorlopen, is de parasiet in het virulente stadium gekomen en klaar om een nieuwe gastheer te infecteren.

Het zal duidelijk zijn dat voor de vogel liefhebber hier een kans ligt om de cyclus te doorbreken. Het schoonhouden van de verblijven en vooral het verwijderen van de mest is heel belangrijk om het rijpingsproces in het vogelverblijf te stoppen en eventueel gerijpte sporen met de mest te verwijderen voordat de parasiet weer door een gezonde vogel kan worden opgenomen. In droge goedgeventileerde verblijven zullen de oöcysten veel moeilijker tot sporulatie overgaan dan bij vochtige warme omstandigheden.

Indien de gerijpte oöcysten door vogels worden opgenomen vestigen ze zich in de darmwand van de dunnen darm en dringen een darmwandcel binnen Er vindt nu weer een verandering plaats.beginnen met het afbreken van de darmwandcellen. In dit stadium is de geïnfecteerde vogel een zieke vogel geworden, omdat de parasiet nu de gastheer gaat gebruiken om zelf te kunnen voortbestaan. Het afbreken van de darmwandcellen wordt nu ook zichtbaar als we de vogel opblazen. De darmlussen zien er dan rood en geïrriteerd uit.

De volgende cyclus speelt zich geheel binnen de vogel af. Dit is de a-sexuele reproductie cyclus, waarbij uit de sporozo?eten grote hoeveelheden merozo?eten worden gevormd, die weer op zoek gaan naar nieuwe cellen om te infecteren. Hierdoor onstaat er een proces waarbij steeds meer cellen worden aangevallen. De conditie van de vogel zal nu zienderogen verslechteren, omdat nu massaal celwandcellen worden afgebroken en het spijsverteringsproces van de vogel geheel ontregeld wordt. Ook is de vogel nu bijzonder gevoelig geworden voor andere, meestal bacteriële infecties.

Na verloop van tijd (enkele dagen tot een week) vindt er in de cyclus van de parasiet weer een verandering plaats. Sommige merozo?eten veranderen in gameten. Er worden nu specifiek vrouwelijke en mannelijke cellen aangemaakt. Nadat er een mannelijke en een vrouwelijke cel zijn samengesmolten (de seksuele reproductie) onstaat er een zygote. In een volgende fase begint de zygote te veranderen in een oöcyst. Deze oöcysten verlaten nu de dunne darm en vinden hun weg naar buiten. Dit brengt ons weer bij terug de eerste stap in de cyclus.

Megabacterien

Inleiding

De Megabacterie is een opportunistische ziekteverwekker. Opportunistisch betekent dat gezonde vogels de infectie bij zich kunnen dragen zonder dat dit meteen leidt tot een ziektebeeld. Pas wanneer de vogel een verzwakt afweersysteem heeft, kan er een snelle vermenigvuldiging plaatsvinden en kan de vogel uiterlijke kenmerken van ziekte gaan vertonen.

De naam megabacterie is eigenlijk onjuist. Het organisme, dat problemen bij onze vogels kan veroorzaken, heet voluit Macrorhabdus ornithogaster en is geen bacterie, maar een fungus. Tot de familie van de fungi behoren de schimmels, gisten en zwammen. Toen M. ornithogaster werd geïsoleerd uit zieke en overleden vogels was er nog geen manier voor handen om het organisme in het laboratorium op te kweken. Onder de microscoop nam men langwerpige cellen waar, die qua vorm sterk aan staafvormige bacteriën deden denken, behalve dat deze cellen vele malen groter waren dan een bacteriecel (ongeveer 20–80 micrometer lang). De term “megabacterie” lag dan ook voor de hand. Omdat het organisme ook als ziekteverwekker voorkomt bij kippen, is er de laatste 10 jaar veel onderzoek gedaan. Men kan nu het organisme opkweken op een voedingsbodem en er is veel werk gedaan om een geschikt medicijn te ontwikkelen.

Wanneer veroorzaakt M. ornithogaster een probleem voor onze vogels?

Zoals gezegd komt de gist ook in kleine aantallen voor bij vogels, die er niet ziek van worden. Het optreden van stress, waardoor de weerstand van de vogel afneemt, kan er al toe leiden dat de gist zich tot hoge aantallen in de maag vermenigvuldigt en de vogel ziek maakt. Dit verschijnsel zien we bij meer infecties zoals ook bijvoorbeeld coccidiose. Vaak gaat dit ook gepaard met een andere infectie. Bij de meeste microscopische preparaten waar ik M. ornithogaster kon waarnemen, waren er ook grote hoeveelheden coccidiën te zien. Het is dan belangrijk om beide te bestrijden.

Vaak steekt M. ornithogaster de kop op als een vogel wordt verplaatst en er stress optreedt. Ook kan de weerstand van een vogel verzwakken door eenzijdige of verkeerde voeding. Slechte huisvesting en onvoldoende hygiëne kunnen ook de oorzaak van een infectie zijn. M. ornithogaster veroorzaakt ontstekingen in de klier- en de spiermaag. Hierdoor valt de functie van het voedsel verteren uit en hoopt het voedsel zich op. Dit is ook de reden dat de vogel wil blijven eten. Ondanks dat er veel voer wordt opgenomen, wordt dit niet verder verteert. Met een volle krop en maag sterft een vogel in feite de hongerdood.

De diagnose

De uiterlijke kenmerken van een vogel die een M. ornithogaster infectie heeft zijn de volgende:

De vogel zit een groot deel van de dag bij de voerbak. Hij eet en lijkt onverzadigbaar, toch vermagert de vogel zienderogen.
De vogel oogt ongezond zit met afhangende vleugels. De meeste vogels zullen pas “bol” gaan zitten als de ziekte al in een zo ver gevorderd stadium is dat genezing bijna onmogelijk is.
De mest is waterig/slijmerig dun met een groene kern. Soms kunnen hierin onverteerde zaden worden waargenomen.

Bovenstaande kenmerken kunnen ook door andere infecties worden veroorzaakt. Een microscopisch onderzoek van de mest is dan ook noodzakelijk en geeft direct uitsluitsel. Indien onder microscoop met een vergroting van 400x langwerpige staafvormige cellen worden waargenomen, dan is dit altijd een infectie van M. ornithogaster. De meeste cellen bevinden zich wel in de groene kern van de ontlasting, daarom moet dit worden onderzocht. Een kleuring van het preparaat geeft vaak een duidelijker beeld, maar is niet echt noodzakelijk. Vergeet niet om ook te kijken naar secundaire infecties bijvoorbeeld aanwezigheid van coccidiën. Omdat weinig vogelhouders over een microscoop beschikken, zal men voor de diagnose bij de in vogels gespecialiseerde dierenarts te rade moeten gaan. Vang wat mest op met een stukje huishoudfolie en stuur dit op of breng mee als u met de vogel de arts bezoekt.

Medicatie

Antibiotica zoals Baytril hebben geen enkele werking ten opzichte van gisten. Onderzoek in de pluimvee sector heeft aangetoond dat behandeling met amphotericine B wel het gewenste resultaat oplevert. Aphotericine B wordt ook in de humane geneeskunst gebruikt voor behandeling van gistinfecties bij ingewanden of genitaliën onder de handelsnaam Fungizone. Bij zieke vogels wordt Fungizone in een concentratie 0.6 ml/liter water gedurende 3 weken gegeven. Beter is het om het middel 3 maal daags direct met een kropnaald in de krop te brengen. De behandeling kan dan korter zijn, maar niet iedereen durft of kan met een kropnaald te werken. Een vogel kan pas genezen worden verklaard als er in het microscopisch beeld geen cellen meer te zien zijn. Amphotericine B grijpt in op de celwand van de gist, waardoor lekkage optreedt en de cel wordt geïnactiveerd.

Indien een vogel de infectie heeft opgelopen moet hij apart gezet worden. Niet omdat een M. ornithogaster infectie erg besmettelijk is, maar de vogel moet worden behandeld en het liefst ook een beetje warm gezet worden in een ziekenkooitje. Men grijpt soms te snel naar de Baycox of EsB3 als een vogel een maag/darm probleem heeft. Er gaan dan kostbare dagen verloren en de vogel wordt steeds zieker. Een infectie met M. ornithogaster is goed te genezen, maar u met snel met de juiste medicatie ingrijpen.

Zweetziekte of colibacillose

Dit is een bacteriële infectie. Het infectieuze organisme dat de ziekte veroorzaakt is Escherichia coli en de infectie vindt plaats in de darmen van de vogel. Hierdoor ontstaat een heftige diarree, waardoor de ontlasting, niet meer omgeven is door een vliesje en door de pop niet meer uit het nest verwijderd kan worden. Hierdoor ontstaat een nat nest waar een veelal groen of geel gekleurde ontlasting te zien is. De naam colibacillose roept vraagtekens op. Bacilli zijn micro-organismen, die in staat zijn sporen te vormen. Escherichia coli kan dit niet en komt uitsluitend als vegetatief organisme voor. Beide namen zijn echter geheel ingeburgerd en veel doet het er eigenlijk niet toe. In de pluimvee sector worden de organismen, die ziekte veroorzaken APEC genoemd (Aviaire Pathogene E. Coli). Naast de in dit artikel behandelde colibacillose kan E. coli een grote verscheidenheid aan andersoortige infecties veroorzaken o.a. bloedvergiftiging, eileiderontsteking en dooierrest ontsteking. In het laatste geval sterft het embryo in het ei of heel kort nadat het jong is uitgekomen. Escherichia coli komt van nature in het darmstelsel van zoogdieren voor en speelt een belangrijke rol bij de spijsvertering.

Ook pathogene (ziekteverwekkende) varianten kunnen uit ogenschijnlijk gezonde dieren worden geïsoleerd. Er zijn wel 12.000 verschillende E. coli typen, die alleen met geavanceerde antigen technieken van elkaar kunnen worden onderscheiden. Indien één vogel in het nest besmet is en er diarree optreedt, zullen heel snel de andere jongen geïnfecteerd raken. Binnen een dag of hooguit twee dagen zullen alle jongen overlijden ten gevolge van uitdroging en het niet meer kunnen verteren van de voeding. Vaak is aan het nest een vieze lucht waarneembaar, die wordt veroorzaakt door afbraakproducten in de mest. Net als bij vele andere infecties moeten er meerdere factoren in het spel zijn, die E. coli daadwerkelijk tot een ziekteverwekker maken. Hygiëne speelt daarbij een zeer belangrijke rol. De infectiedruk voor het nestjong dient zo laag mogelijk gehouden te worden. Overbevolking moet worden vermeden. Een volièrebodem, waar de uitwerpselen zich hebben opgehoopt en vervuild drinkwater zijn bronnen van infectie. Via de ouders wordt de besmetting overgedragen op het nest of direct op het nestjong via de voeding. Vocht is ook een belangrijke factor, die bepaalt of de ziekte zich kan manifesteren. Misschien dat dit de oorzaak is dat het uitbreken van colibacillose infecties bij kwekers het ene jaar meer voorkomt dan andere jaren. Ook de weerstand van de vogel is bepalend of de ziekte zich ontwikkelt. Een niet goed gebalanceerde (ei) voeding kan het jong extra gevoelig maken. Indien een nest is geïnfecteerd, moeten de jongen worden overgelegd in een schoon nest (bijv. een schoon identiek mandje). Dit moet liefst dagelijks worden gecontroleerd en desgewenst opnieuw worden vervangen. Snel ingrijpen is belangrijk, wanneer de eerste symptomen zich voordoen, is het meestal al te laat. De ziekte laat zich in een vroeg stadium goed genezen met een geschikt antibioticum. Vroeger werd vaak tetracycline voorgeschreven, maar dit middel heeft de bijwerking dat het kropverzuring in de hand kan werken.

Tegenwoordig wordt meestal colistine (polymyxine E) of TMPS (trimethoprim sulfadiazine gebruikt). Indien zich een uitbraak in uw gemengde volière voordoet is het te overwegen de behandeling voor het hele vogelbestand te starten, ook indien een nest nog gezond oogt. Probiotica worden ook als middel ter voorkoming aangeprezen. Op een enkele uitzondering na (kippen, watervogels) hebben vogels geen darmflora en condities in de darmen zijn van dien aard dat bacteriën er niet zullen overleven, ook probiotische bacteriën niet. Het verstrekken van probiotica zal dan ook geen enkele positieve invloed hebben op het voorkomen van E. coli infecties in het darmstelsel.

Luchtweginfecties Trichomonas

Een aandoening van de luchtwegen kan verschillende oorzaken hebben. Soms hebben verschillende oorzaken hetzelfde ziektebeeld. De vogel hapt naar adem, schudt met de kop en soms zien we de vogel slierten slijm uit de snavel schudden. In 2009 is er een kleine epidemie geweest onder in het wild levende vinkachtigen van Trichomonas gallinae (het geel). Vooral groenlingen waren hiervan het slachtoffer. In de avicultuur heeft dit echter niet tot problemen geleid. Trichomonas gallinae is een protozo, uit een grote familie, die het vooral heeft voorzien op de slijmvliezen. Bij de mens komt Trichomonas voor als een SOA, die sterk in opmars is.

Indien “het geel” zich bij uw vogels openbaart, moet behandeld worden met Tricho plus.

Luchtpijpwormen

Luchtpijpwormen kunnen vooral voorkomen bij vogels in de buitenvolière. Dit komt omdat zij als gastheer slakken, duizendpoten en wormen hebben. Vogels die een besmette gastheer opeten kunnen hierdoor geïnfecteerd raken. Ook hier schudt de vogel veelvuldig met de kop om de worm kwijt te raken en haalt moeilijk adem. Er zijn verschillende middelen in de handel om luchtpijpwormen te doden. Ivomec is een middel dat veelvuldig toegepast wordt bij de behandeling van verschillende parasieten. Luchtpijpmijten Ook hier verloopt de ademhaling moeizaam en niest de vogel vaak. Van de vinkachtigen schijnt de putter het meest gevoelig te zijn. Luchtpijpmijt kan gemakkelijk behandeld worden met anti luchtpijpmijt (Bogena) of Ivomec. Werkzame stof Ivermectine 0,12%., zorg er voor dat u het druppeltje in de nek zorgvuldig aanbrengt en de vogel het middel niet kan opnemen via de snavel.

Bacteriële infecties

Bacteriële infecties zijn waarschijnlijk de grootste oorzaak van een aandoening van de luchtwegen. Vooral goudvinken en haakbekken lijken hier extra gevoelig voor. De vogel hapt en schudt continu met de kop. Men kan zien dat er slijm uit de snavel wordt geschud. Ook is de kop nat en de wanden van de kooi raken met slijmresten vervuild. Vaak heeft dit te maken met maken met onvoldoende ventilatie wanneer de vogels binnen zijn gehuisvest. Meestal kan een vogel deze aandoening niet zelf overwinnen. Ter genezing van deze hardnekkige infectie helpt de medicatie van Dierenkliniek Hulst “anti-Luchtwegen mix met slijmoplosser”

Bij het vinden van een dierenarts moet men uiterst zorgvuldig te werk gaan. De meeste dierenartsen hebben heel veel verstand van kleine huisdieren, maar missen vaak de kennis om vogels goed te kunnen diagnosticeren en behandelen. Indien u moeite heeft om een goede in vogels gespecialiseerde dierenarts te vinden kunt u de SEC raadplegen voor namen en adressen. Het zou te ver voeren om in dit boekje nog uitgebreider in te gaan op ziekte en genezing. Wij raden u aan om het SEC boekje over "voeding en gezondheid' bij de hand te hebben indien u merkt dat uw vogels een afwijkend gedrag vertonen. Dit boekje is geschreven in samenwerking met een aantal dierenartsen, deskundig op het gebied van de vogels. Voor nadere informatie kunt u kijken op www.info-sec.nl de website van de SEC.


Het aanzuren van drinkwater anders bekeken.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende artikelen verschenen over het nut van het aanzuren van drinkwater. Er is inmiddels voldoende bewijs dat het aanzuren een gunstige invloed heeft op het gezond zijn en blijven van onze vogels. Bij de Nederlandse Papegaaien Opvang in Veldhoven wordt het water sinds een aantal jaren aangezuurd met citroenzuur en men heeft kunnen vaststellen dat er een positieve invloed van uitgaat. Weer anderen gebruiken appelazijn, medicinaal zoutzuur of combimix (een mengsel van organische zuren). De vraag dient zich aan of er eigenlijk verschillen zijn tussen al deze stoffen. Is er een verschil tussen medicinaal zoutzuur of een willekeurig ander zuur wat betreft de werkzaamheid?
Voor het houdbaar maken van voedingmiddelen wordt het aanzuren sinds vele eeuwen toegepast al dan niet door gebruik te maken van een natuurlijk fermentatieproces. * Ook in de moderne voedingsmiddelenindustrie worden deze voedingszuren heel veel gebruikt. Ze zijn te herkennen aan het zogenaamde E-nummer op de verpakking. Welk zuur er wordt toegepast hangt sterk af van het product waarvan de houdbaarheid verlengd moet worden. Er is echter wel een verschil in de werking van deze zuren. Hiervoor is een klein beetje chemiekennis nodig. Het verschil tussen de zwakke (organische) voedingszuren en bijvoorbeeld het sterke zuur HCL (zoutzuur, E 507) is dat ze zich in water verschillend gedragen. Het voorvoegsel sterk of zwak duidt niet op de "gevaarlijkheid" of "corrosiviteit" van het zuur; zo is mierenzuur een zwak zuur, maar erg bijtend. Als een zuur aan water wordt toegevoegd zal het zuur zich splitsen in + en - ionen. Voor een sterk zuur geldt dat deze splitsing volledig is. In een waterige oplossing van HCL komen er geen HCL moleculen meer voor maar alleen H+ en CL- atomen. Bij een zwak organisch zuur is dit heel anders. Een deel van het zuur zal zich splitsen in + en – ionen, maar voor een deel zal het ongesplitste zuur nog als molecuul in de oplossing bestaan. De hoeveelheid ongedissocieerd (ongesplitst) organisch zuur dat aanwezig is, is afhankelijk van het soort zuur en de pH van de oplossing. Vergelijken we bij een pH van 4.1 het percentage ongedissocieerd zuur voor citroenzuur, melkzuur en azijnzuur dan zijn de uitkomsten als volgt:
Azijnzuur 81.7% ongedissocieerd zuur
Melkzuur 36.5% ongedissocieerd zuur
Citroenzuur 9.88% ongedissocieerd zuur
Zoutzuur als sterk zuur is volledig gedissocieerd en bevat dus 0% ongedissocieerd zuur.

Deze verschillen zijn van grote invloed op de antimicrobiële werking, want naast de pH is de hoeveelheid ongedissocieerd zuur een belangrijke factor. Hoe meer ongedissocieerd zuur er aanwezig is hoe beter bacteriegroei wordt geremd. Azijnzuur is van de hierboven genoemde zuren, bij een gelijke pH, dan ook de meest effectieve groeiremmer en medicinaal zoutzuur de minste.

Hoe effectief is het aanzuren van drinkwater eigenlijk? In onderstaande tabel heb ik de groeisnelheid van E coli bacteriën bij een verschillende pH gezet. De temperatuur is 30 °C.

pH 7.2pH 4.5pH 4.1
Aanpassingstijd3.3 uur7.4 uuroneindig
Verdubbelingstijd0.6 uur1.5 uuroneindig
Tijd om een factor 1000 te groeien9.4 uur22.1 uuroneindig

Als bacteriën worden blootgesteld aan een zuur milieu hebben ze de tijd nodig om zich aan te passen. Hier valt al op dat hoe lager de pH is hoe langer het duurt voordat de bacterie zich heeft aangepast. Bij een pH van 4.1 kan E. coli zich niet aanpassen en vindt er dus helemaal geen groei plaats. Gewoon water uit de kraan heeft een pH van rond de 7. Binnen 10 uur is er een toename van een factor 1000. Na 24 uur ligt het aantal bacteriën ver boven de miljoen. Bij deze getallen wordt er wel vanuit gegaan dat er voldoende nutriënten voor de bacteriën aanwezig zijn. Deze aanname is gerechtvaardigd omdat de vogels met hun snavel het water snel zullen verontreinigen.

Voor elk type bacterie liggen deze getallen een klein beetje anders, maar door de bank genomen voorkomt een pH van 4.1 de groei van de meeste soorten. Hier moet nadrukkelijk bij vermeld worden dat dit alleen maar opgaat voor bacteriën. De meeste schimmels en gisten kunnen zich in dit milieu nog goed vermeerderen. Het is dus niet juist dat we aangezuurd water minder vaak hoeven te verversen. Ook is een woord van waarschuwing op zijn plaats. De pH wordt uitgedrukt in een logaritmische schaal. Een pH verlaging met 3 pH eenheden van bijvoorbeeld van pH 7 naar pH 4 betekent dat er 1.000.000 x zoveel + ionen in de oplossing zijn dan – ionen. Men moet dus voorzichtig zijn met overdosering van het zuur.

In onderstaande tabel is het effect van de concentratie op de pH duidelijk te zien:

Appelazijn

ml/literpH
203.98
104.19
54.56
2.55.22

Zoutzuur

ml/literpH
102.25
52.60
2.53.23
1.74.40
1.255.65

Om een pH van ongeveer 4.3 te bereiken is voor appelazijn 10 ml per liter water nodig en voor (verdunde) medicinale zoutzuur 1.8 ml/liter.

Dan kom ik op het laatste punt. Hoe effectief is aangezuurd water IN het vogellichaam. Eerlijk gezegd geloof ik dat er geen enkel effect is. Ieder orgaan in het lichaam van mens en dier streeft naar een optimaal evenwicht. Een zuurdere conditie in de krop zal snel weer te niet worden gedaan door het aanwezige voedsel en de sappen die hierin aanwezig zijn. Later in het verteringsproces is de maaginhoud van zichzelf al erg zuur, zodat het beetje aangezuurd water hier nauwelijks van invloed op zal zijn.

Ook een negatief effect van aanzuren is om deze reden niet te verwachten. Ik geef mijn vogels 7 dagen in de week water dat ik met appelazijn op een pH van 4.1 breng (10ml/liter water). Alleen wanneer er andere stoffen via het water worden verstrekt zoals kleurstoffen, vitaminen of Baycox wordt er geen appel azijntoegevoegd.

Ik kan mij voorstellen dat er na lezing van dit artikel er nog Vragen zijn of misschien heeft u naar aanleiding van het laatste punt een geheel andere mening. Schroom niet om ook in de pen te klimmen. Van discussie en dialoog kunnen we immers veel van elkaar opsteken.

* Voorbeelden zijn: eigengemaakte jam waaraan citroenzuur wordt toegevoegd. Zuurkool, haring en vlees in het zuur en wijn. Bessen, zoals druiven, bevatten van nature veel zuren. Zonder die zuren zou wijn niet houdbaar zijn.

Microscopisch onderzoek bij darminfecties


Onze vogels in gevangenschap hebben een grotere kans ten prooi te vallen aan darminfecties dan hun familieleden in de vrije natuur. Dat heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste is wellicht het feit dat onze vogels in kooi of volière een kleinere ruimte beschikbaar hebben. Naarmate er meer vogels op een bepaalde oppervlakte gehouden worden, neemt de infectiedruk toe. Wanneer een vogel besmet, dan is de kans groot dat andere vogels worden aangestoken. Een andere reden is dat de voeding, die we verstrekken. Hoeveel aandacht we hier ook aan besteden, dit weegt niet op tegen het rijk gevarieerde assortiment in de vrije natuur. Van alle ziektes komen darminfecties het meeste voor in onze hobby. Er zijn veel preventieve maatregelen die we kunnen nemen. Hier wordt op de andere onderdelen van mijn website uitgebreid op ingegaan.

Op het moment dat u symptomen waarneemt bij een vogel, die wijzen op een darmprobleem, dan is het zaak om zo snel mogelijk de diagnose te stellen. Een aanname “het zal wel ...... zijn” en starten met een behandeling zonder dat de oorzaak onomstotelijk is vastgesteld, is Russisch roulette spelen met onze vogels. De eerste stap, die we zelf kunnen doen is goed te kijken naar de mest. De kleur is soms al een indicatie in welke richting we het moeten zoeken. Ook is het verstandig om de mest op een klein stukje glas te brengen (een zgn objectglaasje) en er dan met een ander glaasje overheen te wrijven. Wanneer er stukjes onverteerd zaad zichtbaar zijn, kan dit wijzen op een probleem dat eerder zich in de maag afspeelt (megabacterien), dan in de darmen.

Echter, dit eerste onderzoek kan nooit tot een echte diagnose leiden. Microscopisch onderzoek is altijd een vereiste. De meeste vogelliefhebbers beschikken niet zelf over een microscoop, hoewel er vaak wel een goede tweedehands te vinden is tegen een aantrekkelijke prijs. De meeste vogelhouders zijn afhankelijk van een in vogels gespecialiseerde dierenarts. Deze zijn echter niet in grote getale te vinden en je moet goed te rade gaan bij andere vogelliefhebbers of de SEC om een juiste te vinden. Voor mensen die wel de beschikking hebben over een microscoop, hier een korte uitleg om tot een betrouwbare diagnose te komen.

Het is belangrijk om te weten dat we met een microscopisch onderzoek nooit exact kunnen bepalen om welke soort het precies gaat. We kunnen bijvoorbeeld wel vaststellen of we te maken heb met een bacteriele, een schimmel, een gist of een protozoa infectie, maar niet of die bacterie bijvoorbeeld E. coli is, of het een parasiet is die coccidiose of atoxoplasmose veroorzaakt. De volgende stappen zijn belangrijk:

  • De mest moet zo vers mogelijk zijn. Uitgedroogde mest of mest die lang bij kamertemperatuur is bewaard, kunnen nooit een goede analyse opleveren.
  • Als een monster niet meteen kan worden onderzocht, bewaar het dan in de koelkast in een afgesloten plastic zakje of folie.
  • Zonder de zieke vogel af in een TT of ziekenkooitje. De kooi moet schoon zijn en zonder zaad of zand tijdens het nemen van het monster
  • Leg een stukje aluminium folie op de bodem en vang hiermee de mest op
  • Als er een paar ontlastingen hebben plaatsgevonden, verwijder de folie uit de kooi en vouw deze goed dicht en doe het monster in een plastic zakje als de mest moet worden opgestuurd of niet meteen kan worden onderzocht.
  • Breng op een schoon objectglaasje een druppeltje water. In een laboratorium wordt een steriele oplossing van fysiologisch zout gebruikt. Voor ons doel is kraanwater ook geschikt. Laat de kraan wel met een matige straal enige minuten doorlopen.
  • Neem met een schone cocktail prikker een heel klein stukje van de mest en suspendeer dit in het druppeltje. De hoeveelheid mest in het druppeltje is heel belangrijk. Is het preparaat te vol, dan kunnen we moeilijk iets zien, omdat eventueel aanwezige organismen door de andere bestanddelen in de mest worden afgedekt. Hebben we te weinig mest, dan missen we misschien het organisme dat de ziekte veroorzaakt.
  • Breng het dekglaasje aan. Ideaal is het als er geen vloeistof onder het dekglaasje uitkomt. Eventueel overtollig monster kan voorzichtig met een stukje tissue worden weggezogen.
  • Stel de microscoop zodanig in dat een vergroting van 400 maal verkregen wordt. Bv oculair 10 en lensobjectief 40.
  • Breng het objectief zo dicht mogelijk bij het preparaat zonder dit aan te raken.
  • Draai nu met de grote stelschroef het objectief voorzichtig naar boven, totdat er beeld verschijnt, stel met de fijne stelschroef het beeld verder scherp. Soms stroomt het beeld. Wacht rustig af totdat het beeld stil staat. Als we op de juiste manier hebben ingesteld op het preparaat, kunnen we dit zien, omdat de deeltjes in het gezichtsveld in beweging zijn. Dit zijn de zgn brownse bewegingen, die veroorzaakt worden door het botsen van de moleculen in de vloeistof die we bekijken.
  • Draai nu aan de tafelschroef om het preparaat te onderzoeken
  • Bij onderzoek van meerdere preparaten is het zinvol aantekeningen te maken van wat je ziet.


Veel voorkomende problemen bij het microscoperen

Het preparaat blijft stromen.

Waarschijnlijk is er ergens in het preparaat een deeltje uit de mest waardoor het dekglaasje niet goed aansluit op het objectglaasje

Je ziet vlekken of ronde structuren die niet bewegen.

Waarschijnlijk heb je het objectief niet hoog of laag genoeg gedraaid. Je kijk nu naar stofdeeltjes of andere onrechtmatigheden aan de onderkant van het objectglaasje of aan de bovenkant van het dekglaasje

Het beeld is onscherp of wazig

De lenzen van microscoop zijn niet schoon (lenzen en oculair afnemen met een stofvrije tissue, lensdoekje met een geschikt reinigingsmiddel speciaal voor microscopen)


De microscoop is niet goed ingesteld. Het protocol voor het instellen van de microscoop is voor elk merk anders. Belangrijk is diafragma, fasecontrast en centreren van de lichtbundel vooraf zorgvuldig te doen.

Soms is het maken van een preparaat lastig. Bijvoorbeeld als er deeltjes of onverteerde zaadresten in de mest zitten. Het dekglaasje gaat dan “rollen” op het objectglaasje en dan kan je geen goed beeld krijgen.

Neem dan een paar ml water en breng hier de mest in. Goed schudden en dan even laten staan. Probeer dan met een micropipetje wat van de vloeistof zonder de deeltjes op het glaasje te krijgen.

Bijzondere verrichtingen

Voor parasieten kan het soms nodig zijn om ze te concentreren. Dat doe je in een verzadigde oplossing van keukenzout. Meng het mestmonster goed in de zoutoplossing in een reageerbuis en laat het daarna een uur staan. De coccidien “drijven” dan naar boven en concentreren zich in het kleine laagje heldere vloeistof dat boven in de reageerbuis zit. Probeer dan echt helemaal bovenuit de buis een druppeltje met een micropipetje te halen en bekijk het onder de microscoop. Gelukkig is de laatste bewerkelijke methode meestal niet nodig omdat als een vogel coccidiose of atoxoplasmose heeft, er heel veel cellen direct te zien zijn bij een vergroting van 400x


De beoordeling

Houd er rekening mee dat wanneer je per gezichtsveld 1 organisme ziet, er per gram mest ongeveer een miljoen cellen zijn. Ook wanneer je in het hele preparaat slechts een of twee organismen ziet, is dit al een goede indicatie is dat de vogel een darmprobleem heeft. Je moet er wel zeker van zijn dat het echt een organisme is en niet een deeltje uit de mest dat er op lijkt.

Ik heb in vele jaren dat ik voor de SEC mestonderzoek deed, honderden monsters onderzocht. Na verloop van tijd krijg je hierin veel ervaring. Het is belangrijk dat je leert om de verschillende vormen van organismen te herkennen. Het internet kan hierbij een hele nuttige rol vervullen.

Hieronder wat belangrijke plaatjes om belangrijke ziekteverwekkers bij onze vogel te kunnen herkennen. Nog een opmerking, het heeft geen enkele zin om mestonderzoek te doen bij vogels die gezond zijn. Ik kreeg vaak de vraag om bij aanvang van het broedseizoen de mest van het vogelbestand te onderzoeken om er zeker van te zijn dat alle vogels gezond waren. Deze verzoeken heb ik altijd afgewezen, omdat dit geen enkele zin heeft. Mestonderzoek heeft alleen maar zin als de vogel echt symptomen vertoont van een probleem in de darmen of spijsvertering.


aantal plaatjes worden nog toegevoegd. Deze moet ik nog maken en fotograferen

Dwz, de vogel ziet er niet fit uit, zit bol of veel te slapen heeft waterige mest of mest met een afwijkende kleur.

Ik hoop dat deze pagina wat handvaten geeft om gericht een vogel met darmproblemen te dispagnosticeren. Mochten er vragen zijn, dan beantwoord ik die naar vermogen.