info@cultuurvogelweb.nl

Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus

Toon Hermans

Vrijdagmorgen, heerlijk genietend van een kopje koffie. Mijn vrouw kwam de trap afgelopen "Heb je dat gezien, er staat al een hele tijd een kerel aan het hek de tuin in te turen" De krakeling waar ik net een hap had uitgenomen schoot gedeeltelijk het verkeerde keelgat in. "Wat voor vent?" proestte ik. "Hoe lang staat hij daar al?". "Een minuut of vijf" zei mijn vrouw.
De vele berichten van vogeldiefstal flitsten over mijn netvlies. Iemand die het allemaal op zijn gemak staat te nemen om vervolgens 's nachts zijn slag te kunnen slaan? Mooi niet, Ik maakte de schuifpui open en liep achterom het tuinpad op....... Niemand te bekennen. Snel rende ik het tuinpad af om nog een glimp van de gluurder te kunnen zien. Toen hoorde ik de bel. De man was naar voordeur gelopen en had aangebeld. Het was een rijzige gestalte, compleet met lange beige regenjas en leren aktetas. Een beetje en vijftiger jaren outfit. Bij mijn vader en moeder kwamen dit soort types regelmatig aan de deur voor het verkopen van encyclopedieën en verzekeringen. Ik liep tot een meter achter hem en zei met barse stem "kan ik u ergens mee helpen?"
Even zag ik hem schrikken, maar hij herstelde zich snel. "Goede morgen", zei hij. "De naam is Opdebeker". Meteen dacht ik "Die naam komt me heel bekend voor, niet echt een naam die je iedere dag hoort. "Ik ben van de VWA", vervolgde hij. "Dan kunt u zich vast wel legitimeren", zei ik bijdehand. Hij glimlachte schuchter en maakte het slot van de leren aktentas open. Hij haalde er een kalfsleren mapje uit en klapte het open. Ik stak mijn hand uit om het aan te pakken. Hij aarzelde even, maar gaf het toch uit handen. In een oogopslag had ik gezien dat dit helemaal echt was, maar nam toch de tijd om het, quasi interessant, goed te bestuderen.
"En, meneer Opdebeker, wat kan ik voor u doen?" zei ik. "Ja" zei hij, "ik wilde even bij uw vogels kijken" "Gezellig" zei ik "er komen regelmatig vogelliefhebbers over de vloer. "Ja" vervolgde hij, dit heeft toch iets van een officieel karakter. Ik zag dat hij ervan genoot iets van zijn autoriteit te herpakken. "Nou laten we dan maar omlopen", zei ik. "Een ding, ik ga beslist geen vogels uitvangen, de meeste koppels zitten op eieren of hebben jongen.". "Nee hoor dat hoeft niet" en hij klopte veelbetekenend op zijn aktetas.
Bij de volières aangekomen besloot ik zelf geen enkel initiatief te nemen en nam plaats op een tuinstoel. Opdebeker staarde de volières in. "Mooie vogels" zei hij, "zien er goed en gezond uit". "Allemaal zelf gekweekt?". Even ging het door mijn hoofd om te zeggen "ja en een paar gevangen", maar ik vermoedde dat dhr. Opdebeker niet echt gevoel voor humor had en zei "de meeste zijn vogels uit eigen kweeklijnen, er zijn er een paar van bevriende kwekers. "Ik had graag zelf een volière willen hebben" zei hij met een zucht. "Maar mijn vrouw kan er niet tegen, allergies, heel jammer.
Na een poosje staren in de volières draaide hij zich om. "Ik heb genoeg gezien, ik dank u voor de gastvrijheid" ineens realiseerde ik me dat ik helemaal niet gastvrij was, in tegendeel zelfs. Die man deed tenslotte alleen maar zijn werk. "Wilt u misschien een kopje koffie?" "Nou graag een andere keer, ik heb nog een aantal andere afspraken" zei hij. "Kom gerust nog een keer langs, als u zin heeft" zei ik. "Misschien een keertje niet officieel in functie, dan kunnen we misschien een keertje uitgebreider over de vogels praten" "Dat zou leuk zijn" zei Opdebeker. "Ik ga er nu vandoor, bewaar wel de bezitsontheffing van die twee ongeringde sijzen goed" Ik was met stomheid geslagen. Eerlijk gezegd had ik geen hoge pet op van het inspectiebezoek. De twee ongeringde sijzen hadden zich de hele tijd achter in de volière opgehouden. Zelf had ik ze helemaal niet gezien en inderdaad ik had een bezitsontheffing voor deze vogels. Samen liepen we naar het tuinhek en schudden elkaar de hand. "Nou tot ziens dan maar" zei ik. "Ja tot ziens" zei Opdebeker.
Terwijl hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. "Kweekt u helemaal geen mussen?" Zei hij met een glimlach van oor tot oor, verwijzend naar mijn achternaam. "Dat heb ik wel gedaan" zei ik lachend, maar deze vogels zijn zo'n 30 en 35 jaar geleden al uitgevlogen en beiden zijn inmiddels goed geringd. Hij stak zijn hand op bij wijze van groet en stapte in de auto. "dat was dhr. Opdebeker" zei ik tegen mijn vrouw, die ik al een paar keer heel nieuwsgierig voor de schuifpui had zien staan. "Opdebeker?" zei mijn vrouw "die van mevrouw Hak en loofhutjes van Toon Hermans?" Ineens wist ik het weer, Opdebeker was een naam in de geweldige conference van Toon Hermans waar hij als voorzitter van "Ons Genoegen" de namen van de nieuwe leden opnoemde. Mijn vrouw die dit soort dingen beter kan onthouden, begon met een imitatiestem van Toon de namen op te noemen "mevrouw Peper, mevrouw Zwaarmakers, mevrouw Opdebeke, mevrouw Stip, mevrouw Hak, mevrouw Loofhutjes " etc. Samen proestten we het uit

Manus mus