info@cultuurvogelweb.nl

Maandelijkse Mijmeringen van Manus Mus

Ome Joop

Ome Joop is er niet meer. Vorige week is hij in stilte overleden. Ondanks het verlies voor de familie een opluchting. Ome Joop was er al heel lang niet meer. De ziekte Alzheimer had hem al langzaam beetje bij beetje van ons weggevoerd. Ome Joop was de jongste broer van mijn vader, eigenlijk een nakomertje. Na een leven van hard werken op de binnenvaart kreeg hij eindelijk de tijd om zijn grote vogelpassie te starten. Aan boord had hij ook altijd een mooie kooi met vogels. Soms kanaries, dan weer zebravinkjes. Zo kon hij waar hij thuis geen gelegenheid toch nog een beetje van vogels genieten.
Eenmaal met pensioen werd er een grote volière gebouwd en kweekte hij verschillende soorten exoten, maar ook inheemse soorten. Tentoonstellingen vond hij prachtig, maar dan wel als bezoeker. Naar mijn weten heeft hij nooit vogels ingestuurd, hoewel kwekers van naam bij hem over de vloer kwamen om vogels aan te schaffen. Ook ik werd door hem aangestoken en begon op jeugdige leeftijd met het kweken van Europese vogelsoorten. Samen wisselden we ervaringen uit, voorzagen elkaar en anderen van mooie kweekvogels en tijdens de vakanties was ome Joop er altijd om voor de vogels te zorgen. Vele jaren beleefde hij zijn hobby met veel plezier. Op een dag kwam hij heel emotioneel de tuin in. “slecht nieuws” zei hij, “we moeten gaan verhuizen, de knieën van tante Truus zijn kapot, ze mag geen trappen meer lopen en we moeten naar een service flat, geen volières meer dus” Hij leek ineens jaren ouder. “We kunnen de vogels hier toch samen gaan doen” opperde ik. “We doen nu al zo veel samen en het zou voor mij ook een hele opluchting zijn als ik naar mijn werk ben en er iemand met verstand voor de vogels zorgt”. Na nog een paar avonden praten hakte ome Joop de knoop door. “Ik doe het” zei hij. We specialiseerden ons bijna volledig op Europese vogels. Vooral groenlingen waren zijn favoriet.
Ruim 5 jaar hadden we de vogels samen, totdat zich bij hem de eerste verschijnselen van Alzheimer openbaarden. Ook daarna kwam hij nog bijna iedere dag, soms zocht hij naar woorden, die maar geen vorm konden krijgen, dan was hij boos en verdrietig en zei “ik wordt gek in mijn kop” en sloeg met zijn hand op zijn voorhoofd. Toch had hij ook heldere momenten en konden we als vanouds over ons beider passie praten. Hokken schoonmaken op zaterdag was in het begin nog steeds een gezamenlijke activiteit. Met een beetje praten en sturen kwam alles dik voor elkaar. Tante Truus zei dat hij als hij thuis en zijn goede momenten had hij bijna alleen nog maar over vogels sprak. “Soms word ik er wel een beetje gek van” zei ze. De ziekte verergerde vrij snel, zodat hij niet meer zelfstandig naar ons toe kon komen. Een keer per week haalde ik hem op en zette hem op een makkelijke stoel voor de volière. Soms kon hij nog iets zinnigs zeggen, andere keren wees hij alleen maar met zijn hand en zei “die, die en die” Op een bepaald moment werd de taak van het verzorgen door tante Truus een te grote opgave. Met veel verdriet hebben we hem naar een verpleeghuis gebracht. Hij herkende niemand meer en sprak nog nauwelijks.
Op een zaterdag was ik bij hem. Hij zat te dutten in een stoel, nog maar een schijntje van de stoere sterke vent die hij altijd was geweest. Tante Truus was er ook. Plotseling keek hij mij aan en zei “hoe zijn de groenbeesten?” We waren stomverbaasd. Het was de enige samenhangende zin die hij in weken had gezegd. Ik begon te vertellen over 3 nesten met jongen, dat ze goed werden gevoerd en dat er al 5 op uitvliegen stonden. Ome Joop had zich allang weer in zijn eigen wereldje teruggetrokken en keek langs ons heen naar buiten. Vijf weken laten nam hij definitief afscheid van het leven, werd gewoon ’s morgens niet meer wakker. Een mooie dood zeggen we dan. “Hoe zijn de groenbeesten” was het enige rationele dat hij nog had gezegd. We missen hem nog elke dag, maar zijn zo blij dat we zo’n fantastische oom hebben gehad.

Manus Mus